Bijna alles vormt een reden om feest te vieren bij de zusters. Ik ga diezelfde spirit proberen in te voeren, wanneer ik terug ben in België! Het leven is te kort om er geen feest van te maken. Zo was er vandaag het naamfeest van zuster Carine. Haar plaats aan tafel werd versierd met mooie bloemen uit de tuin. Op het menu: salade met olijven, mais, tomaatjes, paprika – frikadellen met tomatensaus en frietjes – een trio van zelfgemaakt ijs (aardbeien, yoghurt-citroen, banaan). Wederom konden onze smaakpapillen genieten van de prikkeling van Coca Cola, Sprite, Fanta, water of bier. Het contrast met deze avond zal echter groot zijn, aangezien de zusters elke maandag vergadering hebben van de “Communauté”; de gemeenschap van Salesiaanse zusters hier. Dit maakt dat ik en Sara elke maandag bij de meisjes van de foyer eten. De maaltijden daar zijn alles behalve afwisselend: rijst met tomatensaus, rijst met (enkele stukjes) vis, rijst met (enkele stukjes) vlees, rijst met arachidesaus, en ga zo maar door. Ik vind het niet erg om eens te voelen wat het is om altijd hetzelfde te eten. Het helpt me bewust worden van het geluk dat ik heb om in België te leven, omringd met liefde en alles wat ik nodig heb. En zelfs dat laatste ‘alles wat ik nodig heb’ is voor ons zo vanzelfsprekend geworden, dat het goed doet om daar eens afstand van te nemen.
 |
| Zuster Margo plukt een papaya in onze Malinese tuin |
Vandaag hadden we een dagje vrij. De Malinezen hebben nood aan een vrije dag na het grote feest van gisteren: TABASKI (offerfeest, schaapfeest). Deze vrije dag is een officiële vrije dag, uitgeroepen door de Malinese regering. Het duurde wel even vooraleer we de exacte datum van Tabaski wisten. Met ‘even’ bedoel ik vrijdag! Dat maakt Afrika nu Afrika, of is het Mali?, want volgens wat ik hier al gehoord heb van een paar Afrikanen is elk Afrikaans land anders en mogen we Afrika niet als één geheel beschouwen. Ook vrijdagmorgen, rond 10u, werd ik pas op de hoogte gesteld van het feit dat er in de namiddag geen les zou zijn. Dat was wel een leuke verassing! Maar wat nu gedaan? Geen probleem, want daar was Zuster Margo die ons vroeg of we na de siësta wouden helpen in de keuken met het bereiden van minicroissants. Ik zei volmondig “Ja”. Het maken van desserts vind ik nog altijd super! Het was een fijne en vooral ontspannende namiddag. De geuren in de keuken brachten me even bij mama in de keuken. En het proeven… Mjammie! Ook dit recept wordt mooi bewaard om eens in België te maken.
 |
| Wat hebben we vandaag geleerd? 1: goed mengen en kneden ... |
 |
| ... 2: het deeg goed openrollen |
 |
| 3: wees zuinig met de kersenconfituur |
 |
| Le résultat final! En ze mogen er wezen |
Vrijdagavond hebben we ook voor het eerste een les Bambara bij Sidonie gevolgd. Ik heb het gevoel dat het niet makkelijk zal zijn, maar “petit à petit” zal ik er toch in slagen om een conversatie te voeren in Bamanankan (Bambara in Bambara). Ook nieuwe talen leren, vind ik geweldig. Op die manier kan je communiceren met anderen, en zoals velen onder jullie wel zullen weten, is babbelen wel iets wat ik vrij graag doe…
 |
| Les Bambara: "Moi Madame, moi, moi, moi!" |
 |
| Bambara oefenen op het "grote bord" |
 |
| Naarstig aan het overschrijven (vlnr: Sidonie, Sara, Sandra) |
 |
| vlnr: Sandra, Pascal, Sidonie |
Zaterdag was er terug Oratorio, deze keer met slechts 30 kinderen. Veel kinderen moesten zich namelijk klaar maken voor het grote feest, vooral de meisjes dan om hun haren te laten vlechten. Dat is iets wat wel opvalt: Afrikaanse vrouwen maken zich graag mooi. Haar en kledij vormen ook hier een belangrijk onderdeel van de persoonlijkheid.
 |
| Lucy (links), één van de begeleidsters, springt touwtje met de oratoriokindjes |
Stille momenten: ze zijn schaars en daarom geniet ik er ook zo van. Zaterdag, na het oratorio, heb ik even de tijd genomen om me terug te trekken in de kapel. Morgen (dinsdag) ga ik naar de mis samen met de meisjes van de foyer. Elke dinsdag is het hier trouwens eucharistieviering, ook de mensen van de Christelijke gemeenschap zijn uitgenodigd. Sidonie is ook steeds van de partij! Zij geeft op zaterdag catechese aan de kinderen van de gemeenschap.
 |
| Sandra in de kapel met de functie "zelfontspanner" |
 |
| De kapel |
’s Avonds konden we onze Zuster Lydie terug verwelkomen; zij was sinds enkele dagen weg voor een opleiding in Abidjan (hoofdstad van Ivoorkust). Het was een blij weerzien. Ook zuster Adriana uit Touba was met haar meegekomen van Abidjan. En zo hebben we dus weer wat bezoek in huis.
Zondag dan, Jour-J! Tabaski.
Mali bestaat voor 90% uit Moslims, dus je kan je misschien wel al voorstellen welke gevolgen dit heeft wanneer er een Islamitisch feest wordt gevierd. Ondanks dat er in Mali een scheiding van Kerk en Staat is (Etat Laïque), wordt Tabaski toch uitgeroepen tot officiële feestdag. We waren voor het feest uitgenodigd bij een vriend van Laïco, een leerkracht van onze school.
De zusters hadden ons gewaarschuwd dat het bijna onmogelijk zou zijn om tot in Mgananbougou (het gehucht waar Laïco woont) te geraken. Tabaski zou namelijk voor veel file zorgen. Maar we zeiden tegen de zusters: “Nous allons tenter” (“We gaan het erop wagen”). We namen dus wederom de sotrama. En zoals jullie zich misschien nog uit vorige blogberichten herinneren, moeten we eerst te voet naar de controlepost van Yirimadio om daar een sotrama te nemen. De weg daar naartoe is altijd vol verassingen, deze keer zeker. Overal in huizen en langs de kant van de weg zagen we geslachte schapen. Hier en daar waren ze de organen er nog aan het uithalen. Ook hebben de kindjes nog steeds niet hun vrolijke “Toubabou, toubabou” afgeleerd. Soms echter beginnen er wel kindjes te wenen, de kleinste dan. Die hebben nog nooit een blanke gezien en dat schrikt blijkbaar af. Deze keer konden onze ogen ook genieten van de kleurrijke feestkledij die de Malinezen droegen.
 |
| Kleurrijke kindjes tijdens onze tocht naar de controlepost van Yirimadio |
Na iets meer dan een uur onderweg te zijn (met één overstap op een andere sotrama van Magnanbougou Village naar Magnanbougou Marché), kwamen we aan op Magnanbougou Marché. Van de file waarover de zusters spraken hebben we niets gemerkt. Het ging zelfs vlotter dan anders! Gezien we pas om 15u hadden afgesproken en we er al om 12u30 waren (we hadden ons voorzien), besloten we om nog iets te kopen voor Laïco “in de winkel”, wat voor ons Westerlingen eigenlijk “markt” betekent. We kochten een watermeloen en een assortiment nootjes voor 700 CFA of 1,07 EUR. Nadien aten we onze sandwich op, wat achteraf bekeken eigenlijk niet nodig was, gezien het vele eten dat we zouden krijgen! Het was toen nog maar 13u, maar omdat we het zonde vonden om nog 2 uur te wachten, hebben we Laïco gebeld, die ons samen met een vriend met de moto is komen halen.
 |
| Marché Magnanbougou: Sandra en de watermeloen |
We werden er warm verwelkomd! En aan eten geen enkel gebrek: (1) schapenvlees op saté, gefrituurde bananen, frietjes, mayonaise, mosterd; (2) één kom met schapenvlees, frietjes, en groenten; (3) yoghurt met fruit; (4) bananen en onze watermeloen. Dat is broederlijk delen! Laïco’s vrienden vertelden ons dat men als Malinees altijd te veel eten maakt, en zeker op dagen zoals deze, waarbij ze de hele dag door eten. Er is altijd eten voorzien voor onverwachts bezoek. Dat vind ik nu zo schitterend aan Mali: hun gastvrijheid. Ze zouden het zelfs bijna een belediging vinden indien je niets zou nemen. Een grappige anekdote: toen ze de kom met schapenvlees brachten (n° 2), gaven ze aan mij en Sara een vork, terwijl ze dat als Afrikanen met de hand eten. Ik lachte even en vertelde dat ik het wel met de hand zou eten; ik had dat immers al “geleerd”. Maar: vooraleer we dat deden, werd een kommetje met water doorgegeven om de handen te wassen! Iedereen doet dat, niet alleen de Westerlingen die de kans op het oplopen van buiktyfus willen verminderen. Samen de handen wassen, is volgens de Malinezen een teken van samenhorigheid. ’s Avonds ging “de jeugd” nog uit, net zoals bij ons. Wij echter, gingen terug naar huis. Het zal voor een volgende keer zijn, als we de toestemming van de zusters hebben. We werden met de moto afgezet, tot daar waar we de “Route de Segou” (de geasfalteerde weg) moeten afgaan om naar de zusters te gaan. Van daar is het nog een dikke 10 minuten wandelen. Ze wouden ons ook tot bij de zusters afzetten, maar ik vond het al super dat ze ons tot daar hadden gebracht en zei dat een beetje sport ons wel nog deugd zou doen. Nu hadden we er immers maar 30 minuten over gedaan om thuis te geraken, terwijl het anders toch zeker twee uur duurt (sotrama + wandelen van controlepost tot thuis).
 |
| Sandra en de Malinese mannen - Laïco's vrienden |
 |
| De Niger vanop de moto |
 |
| De ezeltjes die ons verwelkomden bij onze thuiskomst! |
Het was weer een intense week met veel nieuwe indrukken. Om eerlijk te zijn, vind ik het altijd zo moeilijk om te omschrijven wat ik hier zie. Er is zoveel om te vertellen! Maar ik denk dat, om echt te weten wat Mali is, je het zelf ter plaatse met al je zintuigen moet opnemen. Ik hoop echter, dat ik jullie toch een kleine indruk kan geven en wil jullie uiteraard graag laten meeproeven van het Afrikaanse continent!
 |
| Het Malinese kind in Sandra |
Hieronder nog enkele foto's en een citaat om mee te eindigen.
“Un fait n’est rien par lui-même, il ne vaut que par l’idée qui s’y rattache ou par la preuve qu’il fournit. » (Claude Bernard)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten