Mali en het Malinese volk blijven vol verassingen. Vorige week en deze week heb ik, zoals voorzien in mijn werkschema, het werk op het secretariaat verder gezet. We zijn momenteel bezig met “l’immatriculation des nouveaux élèves” of anders gezegd het opnemen van de nieuwe leerlingen in het gegevensbestand van de school. Dat is een enorm werk, het zijn er ongeveer 200! We zijn er met drie tegelijk aan bezig: Marie-Louise, de secretaresse, vult alle gegevens in op de computer om nadien naar het CAP (een onderwijsinstantie) te verzenden. Tegelijkertijd maakt Zr Rosanna de documenten in orde die de leerlingen hebben binnengebracht. Ik zorg ervoor dat alles (naam, geboortedatum –en plaats, naam van mama en papa, beroep van mama en papa, woonplaats, telefoonnummer, datum van inschrijving) netjes in een groot boek wordt geschreven dat bewaard wordt hier op school. Het lijkt wel het boek van Sinterklaas te zijn!
| Vooraanzicht van het secretariaat! De slogan is van Belgische makelij... |
Vorige week, wanneer ik bij de kleuters moest staan, heb ik met hen naar een tekenfilm van Dora gekeken. Dat is iets wat bij ons in België ook wordt uitgezonden. Die kleuters zijn ondanks hun gezever (letterlijk dan) en gesnotter echt geweldig ontroerend, zo 120 kleine Malineesjes, ’t is schattig om te zien. Het was wel lachwekkend, want de kindjes verstaan er nog niet veel van aangezien de film in het Frans is en velen van hen enkel Bambara kennen. Toch begonnen ze, telkens wanneer er muziek klonk in hun handjes te klappen, 120 kleuters tegelijk.
Mijn leerlingen van het 7de jaar gedragen zich nog steeds vrij goed. Ik heb vorige week nog een overhoring afgenomen die toch al beter gelukt is voor de meesten dan de eerste. Ik denk dat ze begrepen hebben, dat informatica geen spel is. Tijdens mijn les op vrijdag heb ik eens een fotootje van hen getrokken. Aanschouw hieronder mijn leerlingen van het 7de jaar A, groep 1.
| 7ème A, groupe 1 |
| 7ème A, groupe 1 |
Even een intermezzo tussendoor. Wanneer ouders of leerlingen me op school aanspreken is dat bij de meesten vaak als volgt: “Bonjour, ma soeur” of anders gezegd “Hallo zuster”. Ik beantwoord dan vriendelijk met “Bonjour monsieur” of “Bonjour madame”. Voor hen staat blank precies niet alleen gelijk aan rijk, maar zien ze ons ook als zusters. Ik heb echter wel een roeping; een roeping om mensen te helpen die het meer nodig hebben dan wij, maar niet in de betekenis van “zuster worden”. Ze moesten eens weten wie er in België rondloopt…
Vrijdagavond is Pascal ons opnieuw komen halen om naar Théo en Sidonie te gaan. We hebben deze keer geen Bambarales gevolgd, maar we zijn naar een plaatselijke danswedstrijd gaan kijken. Het was zeer bizar, meer show dan dans eigenlijk en we verstonden er niet veel van gezien het allemaal in Bambara was. ’s Avonds hebben we nog even een pintje gedronken bij Théo en nadien heeft hij ons met de moto afgezet. Théo, ik en Sara op één moto, ’t moet een grappig zicht geweest zijn.
Zaterdagmorgend hebben we voor het eerst inhaalles (cours de ratrappage) gegeven aan kinderen die problemen hebben met lezen en schrijven. Sara neemt de 3de en 4de jaars onder haar hoede. Ik begeleid de 5de en 6de jaars. Zelfs kinderen die al zo ver geraakt zijn, kunnen jammer genoeg niet lezen en/of schrijven. Vaak zijn het leerlingen die uit staatsscholen komen. Daar spreken ze vaak alleen Bambara, waardoor hun achterstand op de Franse taal enorm groot is in vergelijking met leerlingen die bij ons (Complexe Scolaire Marie Auxiliatrice) vanaf het begin school hebben gelopen. De inhaallessen zullen elke zaterdag doorgaan van 9u tot 11u. In een schriftje houd ik ook de evolutie bij van elk kind. Zo kunnen ik en de directrice zien of en welke vorderingen elk kind maakt. De leerlingen zijn gemotiveerd en willen vooruit. Ik heb hen gezegd dat als ze zo voortdoen ze er inderdaad zullen geraken. Ik heb al gemerkt dat het positief stimuleren van de leerlingen (door de leerkracht) een belangrijke factor is, die hier vaak ontbreekt. We proberen ons steentje bij te dragen.
Zaterdagnamiddag was het wederom oratorio. In de namiddag heb ik ook Patricia, Martine, Celestine en Clarisse, de vier meisje van de foyer die in het weekend hier meestal blijven, geholpen met wiskunde. Ze hadden van de directrice extra oefeningen gekregen, die ze in groep moesten maken. Wat voor mij leuk was om te doen, ten eerste omdat ik wiskunde wel een leuk vak vind en ten tweede gezien ik het gevoel had dat ik hen echt kon helpen. De vergelijkingen bleken te moeilijk te zijn om alleen op te lossen. Het probleem is vaak dat ze niet nadenken en dat ze formules niet meer kennen, die ze vorig jaar al hebben gezien. Nog veel werk aan de winkel dus!
| Huiswerkbegeleiding wiskunde aan de meisjes van het internaat |
Zaterdagavond zijn we met Fidèle en Abdramane, twee leerkrachten, een pintje gaan drinken in een plaatselijke bar. De gespreksonderwerpen waren vrij zwaar, vooral wanneer Abdramane aan het woord was. Hij houd veel van filosoferen! Ik doe dat ook wel eens graag, maar af en toe mag het ook wel eens wat luchtiger. We hebben alleszins weer wat bijgeleerd over de Malinese cultuur. En ik heb ook voor het eerst een echte Afrikaanse toilet bezocht. Een kleine fotootje hieronder.
| Malinese WC |
| Fidèle, een leerkracht, en ik samen met een Malinees pintje in een Malinese bar |
Zondag was het weer even uitblazen. Ons gekend traject werd weer ingezet: Niamana – controlepost (te voet), controlepost – Bamako (Sotrama). Die ochtend zijn we naar een eucharistieviering in de kathedraal geweest. Het was een hele belevenis, met mooie liederen. Volgende keer neem ik mijn dictafoon mee om het op te nemen. Zo kan ik er later nog eens naar luisteren. Na de mis hebben we een bezoek gebracht aan het Institut Français de Bamako. Hier worden wekelijks concerten, circusacts, dansacts, films … vertoond. Er was jammer genoeg niet veel te zien gezien het zondagvoormiddag was. Aldaar hebben we ook onze sandwich verorberd en enkele centiliter water doorgeslikt.
| Institut Français de Bamako: op de stoeltjes hebben we onze sandwich verorberd |
Nadien zijn we te voet naar de kathedraal gestapt om van daaruit met de taxi naar “Parc National du Mali” te gaan. Bij het betalen aan de ingang, voelde ik me wel even gediscrimineerd aangezien een Malinees 500 CFA betaalt om het park te bezoeken en een buitenlander 1500 CFA! Maar de schoonheid en rust in het park deden me al gauw vergeten dat ik 2/3 meer betaald had. Wat bevindt er zich zoal in dit toch wel enorm omvangrijke park? Een mountainbikeparcours, een wandelpad, een grot, fitnesstoestellen zoals bij ons in Buggenhoutbos, salon du thé, een medische tuin met allerhande geneeskundige kruiden, een sportcentrum, een souvenirwinkel, “le maison de l’environnement”, restaurant … Na het maken van een korte wandeling was het tijd voor een siësta op een bank aan een vijver. Tijdens de tocht ontdekten we de Malinese zoo, die nog onder reconstructie was, maar dat wisten we pas later. Daar waar we waren, mochten we eigenlijk niet zijn. Plots stonden we oog in oog met een krokodil. Was dat even schrikken! Nadien hebben we even onze spieren op de proef gesteld aan enkele fitnesstoestellen om vervolgens te zondigen met een ijsje in het salon du thé. Die dag heb ik ook een bevestiging gekregen van het antwoord op de vraag: “Waarom zijn de bananen krom?” Het antwoord vind je op de foto. Achteraf wouden we ook nog de grot bezoeken, maar we mochten niet meer verder wandelen van de parkwachter gezien het al te laat was. De grot zal dus voor een volgende keer zijn! We lieten ons terug door een taxi afzetten aan de kathedraal. Door af te bieden ben ik er zelfs in geslaagd om minder te betalen dan in de heenreis. Het was het proberen waard vond ik. Aan de kathedraal namen we de sotrama om terug naar huis te gaan.
| De foto spreekt voor zich?! |
| Vijver waar ik mijn siesta heb gehouden |
| Sara en ik op verboden terrein, maar dat wisten we toen nog niet ... |
| Oog in oog met de krokodil. Wie zoekt die vindt! |
| Voor diegenen die de krokodil niet zouden gevonden hebben... |
| Fitnessoefeningen bij een temperatuur van 35°C |
Even wat cultuurverschillen. De sotrama nemen of anders gezegd SOciété de TRAnsport du MAli, het blijft een aparte belevenis! Opstappen gaat steeds gepaard met een begroeting in Bamabara. Een begroeting hier in Mali is niet alleen “Hallo”, maar is in feite een hele conversatie. “Hallo” – “Hallo” – “Alles ok” – “Ja, alles ok” – “En met de familie, alles ok?” – “Alles ok” In Bambara wordt dit, uit wat ik al geleerd hebben: - “A ni sogoma” (a ni tilé, a ni wula of a ni su afhankelijk van het tijdstip) – “N sé” (voor vrouwen) en “N bah” (voor mannen) – “Somogobedi” – “Torrosité”.
In de sotrama wordt door velen van de nood een deugd gemaakt: Wanneer de sotrama stopt om mensen te laten op- of afstappen, komen er steeds Malinezen hun waren aanprijzen (fruit, water, popcorn …). Vele passagiers doen dan op 10 seconden tijd hun inkopen. Verder nemen mannen en vrouwen de tijd om hun verhaal van de dag te doen tegen wildvreemden. Daarnaast geven vrouwen hun baby’s de borst. Zonder één enkele gêne halen ze de borst te voorschijn en het kind begint te zogen. Dat is toch iets wat je bij ons niet meteen ziet. Sotramareizigers nemen ook kinderen van wildvreemden op de schoot alsof het hun eigen kinderen zijn. In de Malinese cultuur heerst er een soort van morele verplichting om als volwassene elk kind op te voeden, ook al is het niet het jouwe.
In mali heerst er ook een grote sociale controle: een Malinese vrouw wees ons op het feit dat we op onze zak moesten letten omdat er dieven zijn met een soort vloeistof die jouw zak zo openscheuren en er dan alles uithalen zonder dat je het merkt. Ook het betalen van de apprenti, de leerjongen in de sotrama, gebeurt onder een grote sociale controle: indien je niet genoeg teruggekregen hebt, zullen de Malinezen de apprenti hier snel op wijzen!
Om te weten welke sotrama je moet nemen moet je luisteren naar wat de apprenti roept. Om vanuit Bamako naar huis te gaan, moeten wij de sotrama nemen van de apprenti die het volgende roept: “é yirimadio é yiramadio é é …” Soms kan ik zelfs al communiceren zonder echt zeker te zijn of ik verstaan heb wat de apprenti nu juist gezegd heeft. Zo gaf ik bijvoorbeeld in de heenreis geld af aan de apprenti, deze vroeg vermoedelijk waarheen onze reis ging. Ik antwoordde: “Raidda”. Ik was toen wel even fier, want zonder te weten wat hij eigenlijk had gezegd, was ik erin geslaagd om een antwoord op zijn vraag te geven.
Een ander aardig iets is de manier waarop Malinezen de aandacht trekken. Ze maken dan een bepaald geluid door de tanden op elkaar te zetten: “ssssst, ssssst” Ik vind het eigenlijk iets heel onrespectvol en daarom reageer ik er niet op wanneer ik het hoor.
Tot slot heb ik gisteren ook voor het eerst mogen kennismaken met het geloof van de Malinees in fabels. Zo was er maandag een meisje in het internaat, Marie, die niet veel van zeg was aan tafel, terwijl het anders altijd een opgewekte meid is. Na de maaltijd heb ik even een gesprek met haar gevoerd. Ze vertelde me dat er tijdens het douchen een salamander in de douche zat. Ze had haar handdoek rond haar lichaam gewikkeld en was naar buiten gelopen om iets te zoeken om de salamander te vangen. Toen ze hem wou pakken, viel hij plots in haar emmer met water waarmee ze zich zou douchen. Wel, wat blijkt nu: In Mali gelooft men dat wanneer een salamander in de emmer van een jong meisje valt dat ze dan binnen de kortste keren zwanger zal geraken. Toen ze dat verteld had, barstte ze in tranen uit. Ik heb haar meteen gezegd dat het maar een fabel was en dat ze niet meteen zwanger zou geraken wanneer ze dat zelf niet wenste. Dat heeft haar toch wat gerustgesteld hoop ik. Ze was alleszins toch gestopt met wenen.
In het park op de bank, je weet wel nog, tijdens mijn siesta, heb ik een mooi stukje gelezen in een boek dat ik van in de bibliotheek op school had meegenomen. Ik laat jullie even meegenieten. Het komt uit het boek “Le Voyage” van Robert Blake en is geschreven in het Frans uiteraard.
- Connais-tu cette fête que l’on appelle « l’Action de grâce ? »
- Non !
- Cette fête marque une pause au cours de laquelle on dit simplement: “Merci la vie!” L’humilité permet d’introduire « l’Action de grâce » dans notre quotidien et d’apprécier davantage les cadeaux que la vie nous offre. T’est-il déjà arrivé d’offrir un cadeau a une personne et de sentir que celle-ci ne l’appréciait pas vraiment ?
- Hum ! Bah oui.
- Et quelle fut ta réaction ?
- Je n’ai plus eu envie de lui faire d’autres cadeaux.
- Eh bien, c’est pareil pour la vie ! Plus tu en apprécies les cadeaux, plus elle a envie de t’en donner d’autres. Le jour où tu cesses d’apprécier ses cadeaux, elle aussi perd le goût de t’en faire !
Kort gezegd probeer ik hier, nog meer dan in België, te blijven genieten van de kleine dingen in het leven. Bijvoorbeeld genieten van leerlingen die vrolijk en vol overtuiging “Bonjour Sandra” komen zeggen terwijl ik in het secretariaat aan het werken ben. We moeten niet jaloers zijn op wat anderen meer hebben dan wijzelf, maar we moeten ons tevreden stellen met wat we al hebben; zowel tastbare bezittingen (computer) als ontastbare bezittingen (liefde).
Malinese groetjes!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten