Vanavond gaan we de polyvalente zaal versieren met de geknutselde slogans en bloemen om hem overmorgen waardig te kunnen ontvangen. Vandaag, 31 januari, is het trouwens zijn naamfeest. Deze ochtend was er daarom heerlijke Lindt chocolade bij het ontbijt. Gisteren werd zijn naamfeest al in de foyer gevierd. Om 18u30 was er een eucharistieviering in de kapel in het teken van Don Bosco samen met de meisjes van de foyer. Nadien was er even tijd voor djembé, zang en dans. Rond 19u45 kregen we samen met de zusters en de meisjes een feestmaal: bissap en Chinese chips als aperitief en spaghetti bolognaise als hoofdmaal. Een echt feestmaal dus in vergelijking met andere maandagen. Nadien keken we samen met de zusters naar poëzie, zang en theater dat de 25 meisjes van de foyer speciaal voor dit feest hadden voorbereid. Als afsluiter werd er nog wat gedanst en gezongen om dan rond 21u de dag te besluiten met een gebed.
Zondag zijn ik en Sara naar de artisanale markt in Bamako geweest. En jullie raden het nooit, maar deze keer alweer met de sotrama. Ik werd me toen nog maar eens bewust over het gemak van dit openbaar vervoer. Ten eerste kan je de sotrama nemen overal waar je maar wil, je moet niet naar een station gaan. Ten tweede kan je hem op elk moment van de dag nemen, er zijn geen uurregelingen: je wacht langs de kant van de weg tot je één ziet en doet hem vervolgens stoppen. Ten derde is er ook geen stress voor vertragingen, je wacht gewoon tot je een groene camionette ziet opduiken en stapt in. Al is er misschien toch één ongemakje. Gezien de apprenti zijn sotrama volstampt met mensen tot je letterlijk geplet zit tussen twee vreemde billen, mag je geen claustrofobie en vooral ook geen mensenvrees hebben. Daarenboven kan het zijn dat sommige passagiers net zoals vorige zondag een geur met zich meebrengen die niet echt aangenaam is voor het reukorgaan, zeker als je weet dat de afstand Nyamana – Bamako gemakkelijk 60 minuten kan duren.
Vorige week zondag, 22 januari, zijn we naar Baguineda geweest. Daar aangekomen met ons favoriete transportmiddel, ondernamen we een staptocht van wel 2,5 uur om tot bij de Niger te geraken. Al was dit op voorhand niet echt gepland. Wat vind ik die avonturen (achteraf gezien dan toch) heerlijk! In Baguineda ‘dorp’ vroegen we namelijk of het nog ver was vooraleer we de Niger zouden bereiken. “Neen, neen, slechts 2 km en je bent er.” Na een uur stappen nog geen rivier in zicht. Nog maar eens vragen dan: “Nog een viertal km.” Daar ging onze hoop om snel ons handdoekje te kunnen openleggen en te kunnen genieten van de ‘zeelucht’. Na een kleine 2 uur stappen kwamen we aan een kanaal. Daar zat een meisje aan de brug over het kanaal banaantjes te verkopen. In mijn gebrekkig en met Frans vermengde Bambara (en met wat ik me nog herinnerde van de les) vroeg ik haar of het nog ver was tot de Niger. Gelukkig hadden we die vrijdag bij Sidonie geleerd hoe je het uur zegt in Bambara. “Nog een half uurtje stappen en je bent er.” Net op dat moment maakten we kennis met een lichte zandstorm. Een gouden raad: dekking zoeken, en achteraf ondervonden: mond toehouden! Nadat we het kanaal overgestoken hadden kwamen we in een reusachtig uitgestrekt irrigatiegebied terecht waar elke boer zijn veld had om te telen en te oogsten: rijst, bananen, papaya, aardappelen, look, maniok, uien … en vooral veel waterputten. Het was letterlijk het beloofde land! Na een 45 minuten stappen: ja, de Niger in zicht. Om er daadwerkelijk te geraken, hebben we wel even onze voeten moeten nat maken, maar dat was een welgekomen verfrissing. Even een korte siesta gehouden en appelsientjes gegeten samen met enkele niet-schoolgaande, arme kindjes. Na een klein uurtje was het alweer tijd om onze tocht huiswaarts te zetten. Het irrigatiegebied voorbij hadden we het plan om de eerste de beste sotrama te nemen. Nu wouden we op veilig spelen, maar waar zijn de sotrama’s (althans in de juiste richting) als je ze nodig hebt? En net als je moe en uitgeput bent, gebeurt er altijd wel iets waarop je niet had gehoopt. Een rijke typ en zijn vrouw stopten naast ons en vroegen waar we naartoe gingen. Ze hebben ons afgezet net waar we de asfaltweg moeten afslaan om tot bij de zusters te stappen. Was dat een meevaller! Wat blijkt na deze dag: het schattingsvermogen (qua kilometers) van sommige Malinezen kan beter! Maar zoals ik altijd alles positief probeer te bekijken: onze sport hebben we die dag wel gehad, onder een blakende zon.
Nog enkele korte weetjes:
Enkele dagen geleden is de Coup d’Afrique begonnen. Ik weet dat het Malinese voetbalteam al één keer heeft gewonnen, maar voor de rest volgen we het hier niet echt, bij gebrek aan een antenne.
De Malinezen hebben bijna voor alles een reden om feest te vieren: 20 januari was het ‘fête de l’armée’ of feest van het leger.
Op school is het verboden om Bambara te spreken; Frans is de voertaal. Daarom circuleert er in elke klas een blok hout. Iemand die Bambara spreekt, moet die blok hout bijhouden. En mag hem doorgeven wanneer een andere leerling Bambara spreekt. Het gewicht en volume van de blok neemt toe naarmate je in een hoger jaar zit.
En ja, nu ik me heb laten vertellen dat het in België kouder en kouder begint te worden, beginnen de temperaturen hier opnieuw te stijgen. De koude heeft dus slechts enkele dagen geduurd. De opwarming gaat zeer geleidelijk aan, maar we hebben sinds vorig weekend geen chocomelk meer gedronken. Ook de voetbadjes zijn een overbodige luxe geworden, de warme althans.
Tot blogs.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten