dinsdag 31 januari 2012

Hij komt, hij komt ... de kindervriend

En dan heb ik het niet over Sinterklaas, maar over Don Bosco. Eén dag voor de aankomst van ‘le protecteur des jeunes et le fondateur des Salésiens’ in Mali wil ik jullie weer wat laten meegenieten van mijn Afrikaanse belevenissen. De voorbije weken zijn we vrij druk bezig geweest met het voorbereiden van het feest en de komst van Don Bosco: letters werden uitgeknipt, bloemen uit papier werden geknipt en geplakt, eten en drinken werd besteld, t-shirts werden gekocht en bedrukt, sotrama’s werden gehuurd, sponsors werden gezocht, ons theaterstuk werd geschreven en gerepeteerd, leerlingen en parochianen werden gesensibiliseerd bij de komst van Don Bosco via flyers en gesproken woord …

Vanavond gaan we de polyvalente zaal versieren met de geknutselde slogans en bloemen om hem overmorgen waardig te kunnen ontvangen. Vandaag, 31 januari, is het trouwens zijn naamfeest. Deze ochtend was er daarom heerlijke Lindt chocolade bij het ontbijt. Gisteren werd zijn naamfeest al in de foyer gevierd. Om 18u30 was er een eucharistieviering in de kapel in het teken van Don Bosco samen met de meisjes van de foyer. Nadien was er even tijd voor djembé, zang en dans. Rond 19u45 kregen we samen met de zusters en de meisjes een feestmaal: bissap en Chinese chips als aperitief en spaghetti bolognaise als hoofdmaal. Een echt feestmaal dus in vergelijking met andere maandagen. Nadien keken we samen met de zusters naar poëzie, zang en theater dat de 25 meisjes van de foyer speciaal voor dit feest hadden voorbereid. Als afsluiter werd er nog wat gedanst en gezongen om dan rond 21u de dag te besluiten met een gebed.

Zondag zijn ik en Sara naar de artisanale markt in Bamako geweest. En jullie raden het nooit, maar deze keer alweer met de sotrama. Ik werd me toen nog maar eens bewust over het gemak van dit openbaar vervoer. Ten eerste kan je de sotrama nemen overal waar je maar wil, je moet niet naar een station gaan. Ten tweede kan je hem op elk moment van de dag nemen, er zijn geen uurregelingen: je wacht langs de kant van de weg tot je één ziet en doet hem vervolgens stoppen. Ten derde is er ook geen stress voor vertragingen, je wacht gewoon tot je een groene camionette ziet opduiken en stapt in. Al is er misschien toch één ongemakje. Gezien de apprenti zijn sotrama volstampt met mensen tot je letterlijk geplet zit tussen twee vreemde billen, mag je geen claustrofobie en vooral ook geen mensenvrees hebben. Daarenboven kan het zijn dat sommige passagiers net zoals vorige zondag een geur met zich meebrengen die niet echt aangenaam is voor het reukorgaan, zeker als je weet dat de afstand Nyamana – Bamako gemakkelijk 60 minuten kan duren.

Vorige week zondag, 22 januari, zijn we naar Baguineda geweest. Daar aangekomen met ons favoriete transportmiddel, ondernamen we een staptocht van wel 2,5 uur om tot bij de Niger te geraken. Al was dit op voorhand niet echt gepland. Wat vind ik die avonturen (achteraf gezien dan toch) heerlijk! In Baguineda ‘dorp’ vroegen we namelijk of het nog ver was vooraleer we de Niger zouden bereiken. “Neen, neen, slechts 2 km en je bent er.” Na een uur stappen nog geen rivier in zicht. Nog maar eens vragen dan: “Nog een viertal km.” Daar ging onze hoop om snel ons handdoekje te kunnen openleggen en te kunnen genieten van de ‘zeelucht’. Na een kleine 2 uur stappen kwamen we aan een kanaal. Daar zat een meisje aan de brug over het kanaal banaantjes te verkopen. In mijn gebrekkig en met Frans vermengde Bambara (en met wat ik me nog herinnerde van de les) vroeg ik haar of het nog ver was tot de Niger. Gelukkig hadden we die vrijdag bij Sidonie geleerd hoe je het uur zegt in Bambara. “Nog een half uurtje stappen en je bent er.” Net op dat moment maakten we kennis met een lichte zandstorm. Een gouden raad: dekking zoeken, en achteraf ondervonden: mond toehouden! Nadat we het kanaal overgestoken hadden kwamen we in een reusachtig uitgestrekt irrigatiegebied terecht waar elke boer zijn veld had om te telen en te oogsten: rijst, bananen, papaya, aardappelen, look, maniok, uien … en vooral veel waterputten. Het was letterlijk het beloofde land! Na een 45 minuten stappen: ja, de Niger in zicht. Om er daadwerkelijk te geraken, hebben we wel even onze voeten moeten nat maken, maar dat was een welgekomen verfrissing. Even een korte siesta gehouden en appelsientjes gegeten samen met enkele niet-schoolgaande, arme kindjes. Na een klein  uurtje was het alweer tijd om onze tocht huiswaarts te zetten. Het irrigatiegebied voorbij hadden we het plan om de eerste de beste sotrama te nemen. Nu wouden we op veilig spelen, maar waar zijn de sotrama’s (althans in de juiste richting) als je ze nodig hebt? En net als je moe en uitgeput bent, gebeurt er altijd wel iets waarop je niet had gehoopt. Een rijke typ en zijn vrouw stopten naast ons en vroegen waar we naartoe gingen. Ze hebben ons afgezet net waar we de asfaltweg moeten afslaan om tot bij de zusters te stappen. Was dat een meevaller! Wat blijkt na deze dag: het schattingsvermogen (qua kilometers) van sommige Malinezen kan beter! Maar zoals ik altijd alles positief probeer te bekijken: onze sport hebben we die dag wel gehad, onder een blakende zon.

Nog enkele korte weetjes:

Enkele dagen geleden is de Coup d’Afrique begonnen. Ik weet dat het Malinese voetbalteam al één keer heeft gewonnen, maar voor de rest volgen we het hier niet echt, bij gebrek aan een antenne.

De Malinezen hebben bijna voor alles een reden om feest te vieren: 20 januari was het ‘fête de l’armée’ of feest van het leger.

Op school is het verboden om Bambara te spreken; Frans is de voertaal. Daarom circuleert er in elke klas een blok hout. Iemand die Bambara spreekt, moet die blok hout bijhouden. En mag hem doorgeven wanneer een andere leerling Bambara spreekt. Het gewicht en volume van de blok neemt toe naarmate je in een hoger jaar zit.  

En ja, nu ik me heb laten vertellen dat het in België kouder en kouder begint te worden, beginnen de temperaturen hier opnieuw te stijgen. De koude heeft dus slechts enkele dagen geduurd. De opwarming gaat zeer geleidelijk aan, maar we hebben sinds vorig weekend geen chocomelk meer gedronken. Ook de voetbadjes zijn een overbodige luxe geworden, de warme althans.

Tot blogs.

zaterdag 21 januari 2012

Chocolademelk en hete voetbadjes


Jullie lezen het goed: “chocolademelk en hete voetbadjes”! Sinds enkele dagen heb ik hier al meermaals een koude rilling over mijn lichaam gevoeld. Mali ligt in de tropische klimaatzone, toch? Ja, en dan? Dan kan het toch niet dat je het koud hebt! Ook dit cliché kan, zoals één van de vele clichés die ik had over Afrika voor ik naar hier kwam, teniet worden gedaan. Chance dat ik toch nog enkele truitjes meegenomen heb vanuit België. Al zijn het wel geen dikke en volstaan ze niet om de koude ‘Harmatan’ wind te lijf te gaan. Vandaar dat we deze avond de beslissing namen om onze voetjes onder te dompelen in een emmertje met heet water vergezeld van een heerlijk geurende douchegel van vijgen. Daarbij namen we een warme chocolademelk, en een lekker “Petit beurre koekske”. Ook vorige nacht volstonden de twee dunne lakentjes niet meer; ik ben wakker geworden van de kou, hoe raar het misschien ook klinkt. Mijn slaapzak ligt al klaar om deze nacht verwarmd te worden.

Sara en het hete voetbadje


Sandra, het hete voetbadje, de chocolademelk en het petit beurre koekske
Om de historie over de “compositions” (examens) van het eerste trimester af te maken; hier volgt het slot. Uiteindelijk hebben de leerlingen vorige week examens kunnen afleggen, die vanuit de overheid werden georganiseerd. Deze week heb ik me telkens in de voormiddag bezig gehouden met het verwerken van de punten (dagelijks werk en examens) van ongeveer 240 leerlingen uit de 2de cyclus. Het was een serieus werk, waar eerlijk gezegd bijna geen einde aan kwam. Maar ik kreeg er wel voldoening van, omdat ik de zusters hier wat van mijn Excel-kennis heb kunnen overbrengen. Ik was er blij om. Vandaag werden de rapporten uitgedeeld, op een zaterdag tijdens de vergadering voor en door ouders.

Nu, zaterdag 21 januari 2012, is er ondertussen al heel wat tijd vergaan, sinds mijn vorige blogbericht en ik weet eerlijk gezegd niet waar eerst beginnen. Laat me zeggen dat ik het de laatste tijd drukker heb gehad dan anders (ook al was het anders al relatief druk). We zijn namelijk volop bezig met het voorbereiden van de komst van Don Bosco. En daar komt meer bij kijken dan verwacht. Maandag wordt er zelfs een speciale vergadering bij de zusters belegd waar ik of Sara op aanwezig moeten zijn. De andere moet in de foyer blijven om de meisjes te helpen bij hun huiswerk, terwijl we dat anders op maandag altijd samen doen. Sinds het begin van het tweede trimester wordt tijdens het ochtendwoordje (mot du jour) telkens een stukje verteld uit het levensverhaal van Don Bosco, waarna de leerlingen worden uitgenodigd om activiteiten te volbrengen die in relatie staan met het verhaal dat werd verteld. Bijvoorbeeld een brief schrijven aan Don Bosco om hem te steunen, of een gedicht schrijven … Bij zijn levensverhaal hoort ook een stripverhaal dat ik en Sara inkleuren. Dit vraagt heel wat kleurwerk, waar we bijna elke avond toch wel een tweetal uur mee bezig zijn. Elke dag wordt een extra stuk stripverhaal omhoog gehangen in overeenstemming met het deel van zijn levensverhaal dat tijdens de mot du jour wordt verteld . Zo kunnen de leerlingen volgen in woord en beeld.

Voor de ‘activités culturelles’, die op dondernamiddag plaatsvinden, hebben ik en Sara een theaterstuk geschreven dat gebaseerd is op het levensverhaal van Don Bosco. Hiervoor zijn de repetities volop aan de gang en de ‘leerlingen-acteurs’ zijn enthousiast. Dus weer iets wat voldoening geeft, ondanks dat er veel tijd in kruipt. Ook voor het decor moeten we nog wat in elkaar knutselen; dat is voor de komende week. Eén van de vragen is nu nog: met welk materiaal?

Oratorio vandaag stond ook in het teken van Don Bosco. We zongen onder andere  « Don Bosco aujourd’hui, ta signature est une sourire et dans tous les pays ton nom ryhme avec le mot joie … »  Voor de melodie en de rest van de tekst verwijs ik jullie door naar maandag 2 juli 2012 ergens rond 5 uur in de ochtend. Vandaag speelden we “één tegen allen”. We hebben aan de speelpleinwerking ondertussen al een beetje onze eigen touch gegeven. Eerder waren er geen spelletjes zoals we dat in België gewend zijn, maar enkel armbandjes maken, breien, voetbal, basket en knutselen voor de kleintjes. Ik sta niet langer hoofdzakelijk bij de basket en Sara staat niet meer alleen bij de kleintjes. We hebben nu toch al een paar keer een (echt) spel kunnen spelen; vorige week hebben we bijvoorbeeld “Cluedo” gespeeld. We merken wel dat ze dat hier niet gewoon zijn, maar het wordt precies toch wel geapprecieerd, ondanks dat enkele van de zusters er wat wantrouwig tegenover stonden in het begin.

Ondertussen gaan onze lessen djembé en bamanankan op vrijdag nog steeds verder! Ik heb reeds een belangrijk zinnetje geleerd: n’ bi fЄ = ik hou van jou. Gastvrij als ze zijn krijgen we bij Théo vaak nog eten, ondanks dat we op vrijdagavond voor de les nog bij de zusters eten. Gisteren heb ik voor het eerst in mijn leven maniok gegeten. Echt nog lekker!

Vorige week zondag zijn we naar de kathedraal van Bamako geweest. We namen deel aan een mis waarbij alle bisschoppen van over heel Mali aanwezig waren. Het was het slot van de Bisschoppelijke Conferentie die ze in Bamako hebben gehouden. Op het einde van de mis werd een soort samenvatting van deze conferentie voorgelezen. Die dag, een zondag, en dus rustdag had enkele grote en kleine lichtpuntjes. Zo kocht ik mijn eerste Malinese juweeltjes. Daarnaast smolt ik, trouwens net zoals vandaag weg, bij het zien van een schattig snoetje van een Afrikaans babytje op de rug van de mama. Een derde lichtpuntje: een Malinees die dacht dat we Duitsers waren. Vóór ons vertrek naar Bamako werden we namelijk door hem in het Duits aangesproken: “Gutentag, wie geht es Ihnen?” Was wel even verschieten om Duits uit een Malinese mond te horen.


Juweel n° 1

Juweel n° 2
Een ander lichtpunt: een (Malinese) toilet. Hierbij hoort weer wat meer uitleg! Na de eucharistieviering zijn we naar Magnambougou afgezakt, een gehucht aan dezelfde kant van de brug als Nyamana. Het is er gezellig vertoeven, want je hebt er zowel de authentieke dorpjes als de Niger die eraan grenst. Aangekomen met de sotrama lieten we ons door een vriendelijke Malinees te voet tot aan de Niger begeleiden. Aldaar maakten we een mooie, rustgevende wandeling, ook al was het dan op een asfaltweg. En nu komt het! “Veel drinken, heeft de dokter gezegd” En zoals Sandra steeds de orders opvolgt van mensen die het kunnen weten, heeft veel drinken natuurlijk een gevolg. Sandra had na het drinken van een paar liter water en bij het zien van al dat water in de Niger nood aan een plaspauze. Maar wat wil nu, langs de kant van de weg: zeer veel groen, maar evenveel mensen die overal konden opduiken op alle mogelijke momenten. Geen kans dus om even een plaspauze te nemen langs de kant van de weg. Plots zagen we een bordje waarop stond “hotel – restaurant à 100 m”. Ik dacht: “dit is mijn redding”, want bij elke stap die ik zette, voelde ik de nood om te plassen degressief toenemen. Na 100 m nog steeds geen hotel-restaurant te zien… Ik had zin om me gewoon ergens in een grachtje te zetten, maar even verderop zag ik een gebouw. En daar was dan uiteindelijk mijn redding: een medisch centrum. Even vragen aan de dokter of we naar de wc mochten. En ja hoor! Oef! Echt waar, wat een opluchting; ook al zag ik achteraf dat er naast de (Malinese/Franse) wc waarop ik was geweest een ‘normale’ wc was gebouwd. Ik ben nog nooit zo blij geweest, wanneer ik een dokter zag. Na deze plaspauze zetten we onze staptocht verder en kwamen we dan toch een bord tegen met de naam ‘Timbouctou’ op. Het was het hotel – restaurant. Daar aangekomen kregen we een rondleiding van de ‘patron’. We dronken er een cola en kregen er een glaasje thee aangeboden: tea for two. Eind goed al goed.

De Niger in Magnambougou

Sandra aan de Niger in Magnambougou

Een stuwdam in Magnambougou
En wat zit er achter de deur?
Mijn redding! (Ik kon me zelfs een douche
nemen als ik echt wou; jammer van de
ontbrekende handdoek...)





























Thee in 'Timbouctou'



Even uitblazen op een bank in 'Timboektoe'


Zo, ik zou nog honderd uit kunnen vertellen (lees: typen), maar in het drukke Westerse bestaan, heeft men, zo weet ik uit een ver verleden, niet veel of geen tijd om een blog van een Belgische vrijwilligster in Mali te lezen. Dus houd ik het hier maar bij!

Tot de volgende! Malinese, toch wel rillende groetjes.

zondag 8 januari 2012

De wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Reeds enkele maanden wacht ik op een eerste briefje uit Europa. Vrijdag 6 januari viel het eerste (eindelijk) in de bus! Ik weet dat een aantal mensen een brief of kaartje hebben verstuurd; sommigen al enkele maanden terug. Tot op heden had ik hiervan nog niets gezien. Deze envelop kwam eerder uit onverwachte hoek: een kaartje van Sarah Couanau uit la douce France (Perros-Guirec, Bretagne). Eén van de erasmusvrienden waar ik nog geregeld contact mee heb. MERCI SARAH! Ondanks dat het niet één van de brieven was waar ik al zo lang op wacht, deed het toch deugd om eens iets tastbaars via de post toe te krijgen! Ik zou zeggen: laat de post voor Mali via Frankrijk passeren. Dan is hij hier binnen de 8 dagen!

Het tweede trimester ging dinsdag 3 januari van start, en ik kan zeggen dat ik er weer stevig ben ingevlogen. Ik stond er namelijk alleen voor deze week, aangezien Sara bezoek had en zij dus even vrijaf kreeg van de zusters. Al was de aanvraag van dit verlof niet zo vanzelfsprekend; we zijn namelijk een engagement aangegaan voor een aantal maanden.

Met de start van het nieuwe trimester zijn ook de voorbereidingen van start gegaan voor een toch wel groots evenement dat zich begin februari zal afspelen in Mali en omstreken. In 2015 zal het 200 jaar geleden zijn dat Don Bosco geboren werd. Hiervoor reist het lichaam van Don Bosco de wereld rond. Deze pelgrimstocht startte reeds in 2009 en doet alle plaatsen aan waar Salésiaanse broeders en zusters gehuisvest zijn. Op 1 februari zullen wij hem samen met alle zusters, leerkrachten en enkele vertegenwoordigers van leerlingen van onze school verwelkomen in de luchthaven van Bamako. Op 2 februari komt hij een “bezoek” brengen aan onze school Complexe Scolaire Marie Auxiliatrice te Nyamana. Op deze dag zal er geen les gegeven worden, maar is het feest! De voorbereidingen voor de organisatie van deze twee dagen zijn gisteren van start gegaan. Na de maandelijkse vergadering van leerkrachten en directie (klassenraad), was er een bijeenkomst van een speciaal hiervoor samengestelde ‘feestcommissie’ van leerkrachten. Ook ik zal meewerken aan de organisatie. Begin februari schrijf ik iets meer neer over de gebeurtenissen. Ik vind het toch wel een eer om de persoon te mogen verwelkomen die aan de basis ligt van een opvoedingsstijl, en waarvan zijn geest voortleeft in vele scholen over heel de wereld. Het is iets wat je maar één maal in je leven meemaakt, denk ik zo.

Ik zou het haast vergeten, maar ondertussen zijn we ook het nieuwe jaar ingegaan. De dagen die eraan vooraf gingen waren eerder hectisch, alleszins in het Malinees verkeer dan toch. Op 30 december had ik met Sara en haar vriend afgesproken in Parc National. Vol goede moed vertrok ik samen met Pascal richting Bamako, een traject dat ik tot op heden toch wel al uit mijn broekzak ken. Maar om er daadwerkelijk te geraken, dat was een ander paar mouwen! Ik en Pascal hadden zoals dat in Mali normali is, de sotrama genomen. Op een gegeven moment kwamen we aan een kruispunt waar het verkeer echt vastzat langs alle kanten. Ik kan het moeilijk in woorden uitleggen, maar het was iets onvoorstelbaars, iets ongezien! Auto’s, sotrama’s, vrachtwagens, motors, scooters, fietsers, voetgangers … iedereen wou overal naartoe en tegelijk kon men nergens heen: iets zeer paradoxaal, toch?! Gezien sommigen een andere weg probeerden te zoeken (vaak tegen de stroom in), kwam het verkeer nog vaster te zitten. De politieagenten die het verkeer zouden moeten regelen, lieten op zich wachten. Enkele zéér moedige Malinezen namen dan maar zelf de koe bij de horens en waagden zich aan een verkeerscontrole waar bijna geen beginnen aan was. Risico voor eigen leven alom! Ik bleef rustig afwachten, tot er dan toch eindelijk beweging in onze sotrama kwam. En het is zoals één van de Malinezen op de terugweg tegen me zei: “Als je in Mali geen geduld hebt, ben je er al aan nog voor je hier aangekomen bent” (vrij vertaald). In het Parc National wouden we de grot bezoeken, maar het pad ernaartoe is nog niet afgewerkt en er wordt voorlopig ook niet aan voort gewerkt, aangezien er teveel slangen zitten. Dan maar een bezoekje gebracht aan onze krokodil. Wat blijkt nu (zoals al eerder gezegd): daar waar de krokodil zit, is echt verboden terrein, maar Sandra houdt van avontuur. En als je interesse toont, kan je, zo blijkt, veel gedaan krijgen. De parkwachter die deze keer naar ons kwam om te zeggen dat we daar niet mochten komen, heeft zelfs zijn leven geriskeerd om wat ‘leven’ in de krokodillen te krijgen. U leest het goed krokodillen. Ja, er zitten er een tiental! Op dat moment zagen we er slechts twee, die vrijwel doodstil waren. We vroegen ons af of die krokodillen wel echt waren, en op dat moment is de parkwachter voor ons tot bij de krokodil gegaan. Hiervan is beeldmateriaal met de nodige (spannende) commentaren te verkrijgen bij mijn terugkomst in België.
Fitness-oefeningen in Parc National
Even tot rust komen bij de vijver van het Parc National

Op 31 januari heb ik samen met Sara en haar vriend oudjaar gevierd in de kathedraal van Bamako: een soort aanbidding van de Heer, met gebed, zang, evangelie en vooral dans! Het was iets raar om te aanschouwen, maar ik moet zeggen dat ik me daar wel geamuseerd heb. Vooral de nieuwjaars-smsen die rond 23u (het was dan in België immers al 24u) in mijn ‘boîte de réception’ van mijn GSM vielen, waren een aangename verrassing.
Even decadent doen in Mali: op restaurant met Oudjaar

Op 1 januari werden we uitgenodigd bij Théo om Nieuwjaar te vieren. Eerst hielpen we nog wat mee met het kuisen van ignam, een soort groente. Het vlees werd geroosterd op de BBQ. Tegen 15u30 konden we beginnen aan ons feest”middag”maal! Het was een unieke ervaring om deze feestdagen eens bij warm weer te vieren, maar toch miste ik de gezelligheid en de warmte van de Belgische familie en vrienden. Ik heb even op mijn tanden moeten bijten.
Samen 'ignam' kuisen onder een boom
En dan kan het nieuwjaarsfeest beginnen...

Tot slot nog enkele culturele gebruiken. Zakdoeken kennen ze hier in Mali precies niet. De laatste tijd krijgen heel wat mensen hier een verkoudheid, en ja ook ik heb er eentje te pakken, maar stilaan begint het wat los te komen, zoals we dat dan zeggen. Ik snuit mijn neus in een zakdoek. Welnu wat doen Malinezen? Ofwel nemen ze hun t-shirt en snuiten ze hier zonder gene hun neus mee. Ofwel: twee vingers op hun neus knijpen en snuiten maar! En (sorry voor de uitspraak)dan vliegt het goedje gewoon ergens op de grond. Proper is anders natuurlijk!

De Malinezen hebben ook een speciale manier om Ja en Nee te zeggen. In plaats van Awo of Aji (Ja en Nee in Bambara), maken ze respectievelijk één soort keelgeluidje of twee keelgeluidjes. Ondertussen heb ik dat al wat onder de knie. Ook hiervan wil ik gerust bij mijn terugkomst even een demonstratie geven. Voor het snuiten van de neus, hou ik het toch maar bij mijn eigen Belgische cultuur.

Dit gezegd zijnde, zeg ik jullie tot blogs, mails, smses, hoors, schrijfs!