zondag 27 november 2011

L’éducation est une affaire de coeur!

Citaat van Don Bosco. Het zegt veel over wat ik hier doe en wat ik hier voor mezelf wil bereiken. En dat heb ik hier gisteren voor mezelf ontdekt tijdens het oratorio (speelpleinwerking). Elke zaterdag worden er een aantal vaste activiteiten aangeboden aan kinderen uit de buurt, waarvan de meerderheid niet naar school gaat: breien, voetbal, basketbal, knutselen met de kleinsten, armbandjes maken. Kinderen mogen “vrij” kiezen welke activiteit ze doen. Waarom “vrij” tussen aanhalingstekens? Ik heb gemerkt dat hier, nog meer dan in België, het hokjesdenken heerst. Meisjes zouden zich bijvoorbeeld niet mogen aanbieden om te voetballen, of het zou toch als vreemd beschouwd worden. Voor elk van de aangeboden activiteiten wordt één iemand van ons verantwoordelijk gesteld. Normaal gezien sta ik in voor basketbal. Dit vind ik enerzijds wel goed, gezien ik gewoon moet toezien en dat met die temperaturen wel handig is omdat ik dan niet al te veel moet bewegen. Anderzijds is het vrij saai en haal ik er niet veel voldoening uit. Gisteren was het anders. Aangezien Zr Rosanna weg is naar Lomé (zie vorig blogbericht) en zij normaal gezien samen met Sara met de kleintjes knutselt, heb ik samen met Sara geknutseld in het thema van indianen. We wouden eerst de groep in twee verdelen aan de hand van een verdelingsspelletje. Dat was al een uitdaging op zich! 90% van de kinderen verstaat immers alleen Bambara. Nadien, 20 minuten later, was het tijd om te knutselen. Elk kind mocht een indianenband schilderen voor op het hoofd en een amulet voor rond de hals. In het begin hadden we 56 kinderen (niet alleen de kleinsten trouwens), maar naar het einde toe had ik de indruk dat de kinderen maar bleven komen. En dan voortdurend “Ma soeur, ma soeur” rond je oren. Afrikaanse kinderen zijn vrij, om niet te zeggen zeer ongeduldig en weten niet wat het is om te blijven zitten. Als één iemand recht staat, komen ze opeens allemaal. Ik moest voor iedereen de band op het hoofd kleven en vervolgens een gaatje in de amulet doen en een touwtje afknippen om er vervolgens door te steken. En als het even kon, het liefst bij iedereen tegelijk. Voor vermoedelijk bijna 100 kinderen… Jullie zullen nu zeggen laat die kinderen dat gewoon zelf doen, maar we hebben al gemerkt dat je dan totaal geen controle meer hebt. Er is weinig materiaal en iedereen wil dan tegelijk dat materiaal, wat uiteraard onmogelijk is. Vandaar dat we zelf wat structuur moeten zoeken en aanbieden. Je kunt je dat bijna niet voorstellen, maar ik voelde me gisteren echt een magneet met een enorme aantrekkingskracht; ik was het centrale punt met rondom mij een hele meute Afrikaanse kinderen die hun amulet en band voor je gezicht, soms zelfs voor je ogen houden waardoor het nog trager gaat. Het was eigenlijk wel grappig die magnetische krachten: op een bepaald moment liep ik weg, en wat denk je wel, al die kinderen achter mij! Net op het moment dat ik dacht de moed te verliezen, kreeg ik plots een ingeving vanuit mijn hart. En hier kom ik bij het citaat van Don Bosco. In plaats van me op te jagen omdat ze niet luisteren of het niet begrijpen, ben ik beginnen zingen met hen. Muziek blijkt nog maar eens een universele taal te zijn! Het bracht me rust enerzijds en anderzijds waren de kinderen met iets bezig. Mijn slecht gevoel, me opjagen, heb ik dus kunnen ombuigen in iets positiefs, namelijk zingen. En zingen brengt vreugde in het hart van iedereen. Me boos maken zou op dat moment toch niet geholpen hebben. ’s Avonds heb ik hier nog eens over nagedacht. En inderdaad opvoeden moet je met je hart doen! Wanneer je geen hart hebt voor kinderen, hoe lastig ze ook zijn, dan lukt het gewoon niet! En hier komt de moeilijkheid van de taal er nog eens bij.
Ik heb deze week een schitterend mailtje gekregen! Ik had in september mijn project ingediend bij de Vastenvoettocht. Dit is een staptocht waarbij de deelnemers geld inzamelen voor enkele goede doelen. En mijn project is weerhouden, goedgekeurd met andere woorden! Ik zou dus een warme oproep willen doen om zaterdag 3 maart 2011 allen jullie stapschoenen aan te trekken en mee te stappen. Een deel van de opbrengst kan hier dan besteed worden. Allen naar Buggenhout, parochiezaal Nicolaas, Jachtweg 1.

Maandag was het een heugelijke dag! Dan ben ik mijn envelop bij Timothée gaan halen. Hierin zaten o.a. mijn VISA-kaart. Ik heb ze vandaag ook uitgeprobeerd en ze werkte! Ik sprong bijna een gat in de lucht. Eindelijk niet meer afhankelijk van anderen! Verder zijn we vandaag met Théo en Pascal Djembés gaan kopen. Aangezien er nog geen hoezen waren, worden ze morgen bij Théo geleverd. Hij zal ze dan naar ons brengen. Vanaf volgende week zou Pascal ons dan Djembéles geven. Eindelijk muziek maken! Nadien zijn we met Théo en Pascal in een Togolees restaurant gaan eten: tô met tomatensaus en een been van iets wat op een schaap leek. Dat laatste heb ik gelaten voor wat het was; ’t was meer vet dan vlees en ik wou hier vermageren in Mali! Nadien zijn we nog even binnen gesprongen bij een dochter van een vriend van Théo. Zij vierde de opening van haar kapsalon. Maar: “even binnenspringen” dat kennen ze hier in Mali niet echt. Zo gastvrij als ze zijn die Malinezen, kregen we Sprite en een bord met rijst, vlees en groenten. Straks zal het dus enkel een dessertje worden bij de zusters. De vrije dag was weer geslaagd!
Théo onderhandelt over de prijs van de djembés. Wie goed kijkt ziet kuifje op de achtergrond
Even zotjes op de foto met Pascal tijdens de djembé-aankoop
Rarara, wie denkt dat carnaval al begonnen is?
In het kapsalon - de muurschilderingen zijn het werk van Pascal


Ik wil heel speciaal mama en papa danken om de envelop tot bij hem te brengen. Verder wil ik ook meter Gislena, Tom en Ria Nuyts danken voor de leuke verrassingen die ik in het pakje mocht ontdekken. Het maakte mijn maandag super! Diezelfde maandag zijn we ook naar het Belgisch consulaat in Mali geweest, waar we de Belgische consul ontmoet hebben. Hij leek helemaal niet op hoe ik me een consul had voorgesteld, maar dit terzijde. In het consulaat hebben we onze aanwezigheid in Mali bevestigd en enkele papieren met gegevens ingevuld, o.a. ook een schets met de route hoe je naar onze verblijfplaats moet gaan in Niamana. We zijn op alles voorbereid nu! In het consulaat kwamen we ook een Vlaamse “witte” pater tegen. Hij verblijft hier al sinds 1964. Ik heb dus wel nog even te gaan.  Nadien hebben we ook nog een bezoekje gebracht aan de artisanale markt van Mali. Dit is één van de grootste kunstmarkten van Afrika. Ze verkopen er allerhande traditionele kunstwerken: beeldjes, doeken, rugzakken, tasjes, portefeuilles uit krokodillenleer, sleutelhangers … Ook hier geldt één regel: Onderhandelen en afbieden gaan hand in hand.

Even een kort woordje over het ontstaan van de missiepost in Mali. In 2006 was de plaats waar ik nu zit een veld met maïs en graan. In dat jaar zijn ze begonnen met het omheinen van het gekochte stuk grond. In dat jaar werd ook “de villa” gebouwd, de plaats waar bezoekers kunnen verblijven. Daar verbleven de zusters in die tijd ook om de werken te kunnen opvolgen. In 2007 hebben ze het eerste schoolgebouw gezet, daar waar ook directie en secretariaat gehuisvest zijn. Nadien was de kleuterafdeling aan de beurt. In 2009 werd het huidige huis van de zusters gebouwd. Zeer recent, in 2010, werd ook het tweede schoolgebouw, waar nu o.a. de informaticaklas is, gebouwd.

Dinsdag 22 november hebben we de verjaardag van Zuster Rosanna gevierd met lekkere taart! De dag erop is ze dan samen met de zusters van Touba naar Lomé vertrokken. Deze week had het 1ste,2de en 3de jaar “compositions”, te vergelijken met grote toetsen bij ons. Volgende week is het 4de, 5de en 6de jaar aan de beurt. Wanneer de examens vallen voor het 7de, 8ste en 9de jaar (1ste, 2de en 3de middelbaar in België) weten we nog niet. Dit moet van de overheid komen… Aangezien informatica niet in het verplichte leerplan staat, moet ik mijn examen informatica afnemen vóór de officiële examenperiode. Wanneer dit dan is? Wordt vervolgd…

Binnen enkele maanden staat deze djembé in België. De hoes van de djembé is ook van echt Malinees katoen,
de plaatselijke economie wordt dus gesteund.
De eerste test met de Malinese djembé die maandag geleverd werd


zondag 20 november 2011

Faisons le bien pendant que nous avons le temps

De titel van mijn blogbericht geldt niet alleen voor het deel van mijn leven dat ik hier in Mali doorbreng, maar wil ik doortrekken naar de periode erna ook. We moeten de tijd die ons hier gegeven is, gebruiken om het goede te doen, en niets anders dan het goede. Dat klinkt misschien als iets utopisch, maar we moeten het alleszins toch proberen. Als de wil er is om het goede te doen, dan komt de rest vanzelf. En wanneer we iets voor anderen doen, "mon Dieu" zouden ze hier dan zeggen, je krijgt er zoveel voor in de plaats.
Vandaag was het, zoals elke zondag, onze rustdag. Ik was mentaal een beetje zuurstofloos en had er nood aan om even alleen te zijn. Batterijtjes opladen noemen ze dat. En hoe doe je dat dan in Mali? Wel, deze voormiddag ben ik naar de eucharistieviering geweest om wat religieus voedsel op te nemen. ’s Middags was er een heerlijk maal: kip, friet en salade met tomaatjes en als dessert aardbei-, citroen- en cocosijs en cake! Na een korte siesta heb ik een brief geschreven met als bestemming België. Morgen wordt die gepost! Nadien heb ik ook wat klarinet gespeeld. Dat was al 2 maand geleden, de tijd ontbreekt me hier. Het was geweldig om nog eens muziek te maken, ik had het blijkbaar gemist zonder het zelf te beseffen. Er waren zelfs twee meisjes van de foyer, Jeannette en Jenyffer, komen kijken uit nieuwsgierigheid.

Gisteren, zaterdag, gaven we weer bijles lezen en schrijven. In de namiddag was het oratorio met deze keer een lage opkomst. Elke week wordt de nadruk gelegd op een ander thema. Deze week werden de kinderen aangemoedigd om in VREDE met elkaar te spelen. Na het oratorio kregen we bezoek van Pascal. Die had ons vrijdag gemist, omdat we geen Bambarales hadden gevolgd bij hen thuis. Hij was zo verheugd om ons te zien, dat hij me aan het denken heeft gezet.  Zijn vreugde, wij zouden zeggen “gewoon om iemand te zien”, was echt ontroerend. Het heeft me doen beseffen dat ik vaker moet genieten van “gewone” ontmoetingen met vrienden en familie. Het is zo vanzelfsprekend en normaal, dat we er niet meer bij stilstaan. Gewoon blij zijn met het feit dat we tijd met elkaar kunnen en mogen doorbrengen.
Bijles op zaterdag

Sinds woensdag is zuster Carine vertrokken naar Cotonou, de hoofdstad van Bénin. Zoals sommigen onder jullie misschien wel weten heeft de paus een driedaags bezoek gebracht aan Cotonou. Aan tafel bij de zusters werd er dan ook over gepraat. Wat de zuster juist gaan doen is in Cotonou, is tot op heden nog een raadsel. We vermoeden dat ze de paus zou ontmoeten en dat ze haar familie gaat bezoeken aangezien ze van Bénin afkomstig is. Later deze week vertrekt zuster Rosanna samen met enkele zusters van Touba (dorpje in de brousse in Mali op 600 km hiervandaan), die hier morgen zullen arriveren, naar Lomé, de hoofdstad van Togo. Ze gaan er samen met zuster Carine, die tegen dan naar daar komt, het 25 jarig bestaan van de aanwezigheid van Salesiaanse zusters in Togo vieren. Begin december keren ze terug huiswaarts, vermoedelijk 3 december.

Vorige week heb ik kennis gemaakt met alle adoptiekindjes van onze school. Het zijn er 30 in totaal. Het gaat om kinderen die financieel niet in de mogelijkheid zijn om hun schoolgeld te betalen. Elk jaar betalen de adoptie-ouders hun inschrijvingsgeld. Zuster Rosanna had eerst een serieuze uitleg gedaan: waarom ze daar zaten, dat ze hun best moesten doen … Waarvan ik enerzijds verschoten was, is het feit dat ze zei dat indien ze hun jaar zouden moeten overdoen, dat ze dan van school zouden gestuurd worden. Een ander kind dat het even hard nodig heeft als hen, zou dan zijn/haar plaats innemen. Anderzijds begrijp ik haar wel, want ten eerste wordt er van buitenaf geld geschonken en ten tweede hebben die kinderen een extra (negatieve?) stimulans nodig omdat ze thuis weinig of geen steun ondervinden van hun ouders, aangezien het meestal gaat om ouders die geen Frans kennen. Veel van deze kinderen volgen trouwens bij ons ook lees- en schrijfles op zaterdagochtend. Zuster Rosanna had aan mij gevraagd om vervolgens van elk kind een foto te nemen. Deze zou dan samen met een brief en een tekening van het kind opgestuurd worden naar de adoptiefamilies in Europa.

En zoals vaak, eindig ik mijn blogbericht ook deze keer met een mooi citaat om over na te denken.

« En Afrique, un vieillard qui meurt est une bibliothèque qui brûle. » Amadou Hampaté Ba



Lieve groetjes !

woensdag 16 november 2011

Traverser le Mali à trois sur une moto

Bonjour à tous !

Mali en het Malinese volk blijven vol verassingen. Vorige week en deze week heb ik, zoals voorzien in mijn werkschema, het werk op het secretariaat verder gezet. We zijn momenteel bezig met “l’immatriculation des nouveaux élèves” of anders gezegd het opnemen van de nieuwe leerlingen in het gegevensbestand van de school. Dat is een enorm werk, het zijn er ongeveer 200!  We zijn er met drie tegelijk aan bezig: Marie-Louise, de secretaresse, vult alle gegevens in op de computer om nadien naar het CAP (een onderwijsinstantie) te verzenden. Tegelijkertijd maakt Zr Rosanna de documenten in orde die de leerlingen hebben binnengebracht. Ik zorg ervoor dat alles (naam, geboortedatum –en plaats, naam van mama en papa, beroep van mama en papa, woonplaats, telefoonnummer, datum van inschrijving)  netjes in een groot boek wordt geschreven dat bewaard wordt hier op school. Het lijkt wel het boek van Sinterklaas te zijn!
Vooraanzicht van het secretariaat! De slogan is van Belgische makelij...

Vorige week, wanneer ik bij de kleuters moest staan, heb ik met hen naar een tekenfilm van Dora gekeken. Dat is iets wat bij ons in België ook wordt uitgezonden. Die kleuters zijn ondanks hun gezever (letterlijk dan) en gesnotter echt geweldig ontroerend, zo 120 kleine Malineesjes, ’t is schattig om te zien. Het was wel lachwekkend, want de kindjes verstaan er nog niet veel van aangezien de film in het Frans is en velen van hen enkel Bambara kennen. Toch begonnen ze, telkens wanneer er muziek klonk in hun handjes te klappen, 120 kleuters tegelijk.

Mijn leerlingen van het 7de jaar gedragen zich nog steeds vrij goed. Ik heb vorige week nog een overhoring afgenomen die toch al beter gelukt is voor de meesten dan de eerste. Ik denk dat ze begrepen hebben, dat informatica geen spel is. Tijdens mijn les op vrijdag heb ik eens een fotootje van hen getrokken. Aanschouw hieronder mijn leerlingen van het 7de jaar A, groep 1.
7ème A, groupe 1
7ème A, groupe 1

Even een intermezzo tussendoor. Wanneer ouders of leerlingen me op school aanspreken is dat bij de meesten vaak als volgt: “Bonjour, ma soeur” of anders gezegd “Hallo zuster”. Ik beantwoord dan vriendelijk met “Bonjour monsieur” of “Bonjour madame”. Voor hen staat blank precies niet alleen gelijk aan rijk, maar zien ze ons ook als zusters. Ik heb echter wel een roeping; een roeping om mensen te helpen die het meer nodig hebben dan wij, maar niet in de betekenis van “zuster worden”. Ze moesten eens weten wie er in België rondloopt…

Vrijdagavond is Pascal ons opnieuw komen halen om naar Théo en Sidonie te gaan. We hebben deze keer geen Bambarales gevolgd, maar we zijn naar een plaatselijke danswedstrijd gaan kijken. Het was zeer bizar, meer show dan dans eigenlijk en we verstonden er niet veel van gezien het allemaal in Bambara was. ’s Avonds hebben we nog even een pintje gedronken bij Théo en nadien heeft hij ons met de moto afgezet. Théo, ik en Sara op één moto, ’t moet een grappig zicht geweest zijn.

Zaterdagmorgend hebben we voor het eerst inhaalles (cours de ratrappage)  gegeven aan kinderen die problemen hebben met lezen en schrijven. Sara neemt de 3de en 4de jaars onder haar hoede. Ik begeleid de 5de en 6de jaars. Zelfs kinderen die al zo ver geraakt zijn, kunnen jammer genoeg niet lezen en/of schrijven. Vaak zijn het leerlingen die uit staatsscholen komen. Daar spreken ze vaak alleen Bambara, waardoor hun achterstand op de Franse taal enorm groot is in vergelijking met leerlingen die bij ons (Complexe Scolaire Marie Auxiliatrice) vanaf het begin school hebben gelopen. De inhaallessen zullen elke zaterdag doorgaan van 9u tot 11u. In een schriftje houd ik ook de evolutie bij van elk kind. Zo kunnen ik en de directrice zien of en welke vorderingen elk kind maakt. De leerlingen zijn gemotiveerd en willen vooruit. Ik heb hen gezegd dat als ze zo voortdoen ze er inderdaad zullen geraken. Ik heb al gemerkt dat het positief stimuleren van de leerlingen (door de leerkracht) een belangrijke factor is, die hier vaak ontbreekt. We proberen ons steentje bij te dragen.

Zaterdagnamiddag was het wederom oratorio. In de namiddag heb ik ook Patricia, Martine, Celestine en Clarisse, de vier  meisje van de foyer die in het weekend hier meestal blijven,  geholpen met wiskunde. Ze hadden van de directrice extra oefeningen gekregen, die ze in groep moesten maken. Wat voor mij leuk was om te doen, ten eerste omdat ik wiskunde wel een leuk vak vind en ten tweede gezien ik het gevoel had dat ik hen echt kon helpen. De vergelijkingen bleken te moeilijk te zijn om alleen op te lossen. Het probleem is vaak dat ze niet nadenken en dat ze formules niet meer kennen, die ze vorig jaar al hebben gezien. Nog veel werk aan de winkel dus!
Huiswerkbegeleiding wiskunde aan de meisjes van het internaat

Zaterdagavond zijn we met Fidèle en Abdramane, twee leerkrachten, een pintje gaan drinken in een plaatselijke bar. De gespreksonderwerpen waren vrij zwaar, vooral wanneer Abdramane aan het woord was. Hij houd veel van filosoferen! Ik doe dat ook wel eens graag, maar af en toe mag het ook wel eens wat luchtiger. We hebben alleszins weer wat bijgeleerd over de Malinese cultuur. En ik heb ook voor het eerst een echte Afrikaanse toilet bezocht. Een kleine fotootje hieronder.
Malinese WC
Fidèle, een leerkracht, en ik samen met een Malinees pintje in een Malinese bar

Zondag was het weer even uitblazen. Ons gekend traject werd weer ingezet: Niamana – controlepost (te voet), controlepost – Bamako (Sotrama). Die ochtend zijn we naar een eucharistieviering in de kathedraal geweest. Het was een hele belevenis, met mooie liederen. Volgende keer neem ik mijn dictafoon mee om het op te nemen. Zo kan ik er later nog eens naar luisteren.  Na de mis hebben we een bezoek gebracht aan het Institut Français de Bamako. Hier worden wekelijks concerten, circusacts, dansacts, films … vertoond. Er was jammer genoeg niet veel te zien gezien het zondagvoormiddag was. Aldaar hebben we ook onze sandwich verorberd en enkele centiliter water doorgeslikt.
Institut Français de Bamako: op de stoeltjes hebben we onze sandwich verorberd 

 Nadien zijn we te voet naar de kathedraal gestapt om van daaruit met de taxi naar “Parc National du Mali” te gaan. Bij het betalen aan de ingang, voelde ik me wel even gediscrimineerd aangezien een Malinees 500 CFA betaalt om het park te bezoeken en een buitenlander 1500 CFA! Maar de schoonheid en rust in het park deden me al gauw vergeten dat ik 2/3 meer betaald had. Wat bevindt er zich zoal in dit toch wel enorm omvangrijke park? Een mountainbikeparcours, een wandelpad, een grot, fitnesstoestellen zoals bij ons in Buggenhoutbos, salon du thé, een medische tuin met allerhande geneeskundige kruiden, een sportcentrum, een souvenirwinkel, “le maison de l’environnement”, restaurant … Na het maken van een korte wandeling was het tijd voor een siësta op een bank aan een vijver. Tijdens de tocht ontdekten we de Malinese zoo, die nog onder reconstructie was, maar dat wisten we pas later. Daar waar we waren, mochten we eigenlijk niet zijn. Plots stonden we oog in oog met een krokodil. Was dat even schrikken! Nadien hebben we even onze spieren op de proef gesteld aan enkele fitnesstoestellen om vervolgens te zondigen met een ijsje in het salon du thé. Die dag heb ik ook een bevestiging gekregen van het antwoord op de vraag: “Waarom zijn de bananen krom?” Het antwoord vind je op de foto. Achteraf wouden we ook nog de grot bezoeken, maar we mochten niet meer verder wandelen van de parkwachter gezien het al te laat was. De grot zal dus voor een volgende keer zijn! We lieten ons terug door een taxi afzetten aan de kathedraal. Door af te bieden ben ik er zelfs in geslaagd om minder te betalen dan in de heenreis. Het was het proberen waard vond ik. Aan de kathedraal namen we de sotrama om terug naar huis te gaan.
De foto spreekt voor zich?!
Vijver waar ik mijn siesta heb gehouden
Sara en ik op verboden terrein, maar dat wisten we toen nog niet ...
Oog in oog met de krokodil. Wie zoekt die vindt!
Voor diegenen die de krokodil niet zouden gevonden hebben...
Fitnessoefeningen bij een temperatuur van 35°C

Even wat cultuurverschillen. De sotrama nemen of anders gezegd SOciété de TRAnsport du MAli, het blijft een aparte belevenis! Opstappen gaat steeds gepaard met een begroeting in Bamabara. Een begroeting hier in Mali is niet alleen “Hallo”, maar is in feite een hele conversatie. “Hallo” – “Hallo” – “Alles ok” – “Ja, alles ok” – “En met de familie, alles ok?” – “Alles ok” In Bambara wordt dit, uit wat ik al geleerd hebben: - “A ni sogoma” (a ni tilé, a ni wula of a ni su afhankelijk van het tijdstip) – “N sé” (voor vrouwen) en “N bah” (voor mannen) – “Somogobedi” – “Torrosité”.

In de sotrama wordt door velen van de nood een deugd gemaakt: Wanneer de sotrama stopt om mensen te laten op- of afstappen, komen er steeds Malinezen hun waren aanprijzen (fruit, water, popcorn …). Vele passagiers doen dan op 10 seconden tijd hun inkopen. Verder nemen mannen en vrouwen de tijd om hun verhaal van de dag te doen tegen wildvreemden. Daarnaast geven vrouwen hun baby’s de borst. Zonder één enkele gêne halen ze de borst te voorschijn en het kind begint te zogen. Dat is toch iets wat je bij ons niet meteen ziet. Sotramareizigers nemen ook kinderen van wildvreemden op de schoot alsof het hun eigen kinderen zijn. In de Malinese cultuur heerst er een soort van morele verplichting om als volwassene elk kind op te voeden, ook al is het niet het jouwe.

In mali heerst er ook een grote sociale controle: een Malinese vrouw wees ons op het feit dat we op onze zak moesten letten omdat er dieven zijn met een soort vloeistof die jouw zak zo openscheuren en er dan alles uithalen zonder dat je het merkt. Ook het betalen van de apprenti, de leerjongen in de sotrama, gebeurt onder een grote sociale controle: indien je niet genoeg teruggekregen hebt, zullen de Malinezen de apprenti hier snel op wijzen!

Om te weten welke sotrama je moet nemen moet je luisteren naar wat de apprenti roept. Om vanuit Bamako naar huis te gaan, moeten wij de sotrama nemen van de apprenti die het volgende roept: “é yirimadio é yiramadio é é …” Soms kan ik zelfs al communiceren zonder echt zeker te zijn of ik verstaan heb wat de apprenti nu juist gezegd heeft. Zo gaf ik bijvoorbeeld in de heenreis geld af aan de apprenti, deze vroeg vermoedelijk waarheen onze reis ging. Ik antwoordde: “Raidda”. Ik was toen wel even fier, want zonder te weten wat hij eigenlijk had gezegd, was ik erin geslaagd om een antwoord op zijn vraag te geven.

Een ander aardig iets is de manier waarop Malinezen de aandacht trekken. Ze maken dan een bepaald geluid door de tanden op elkaar te zetten: “ssssst, ssssst” Ik vind het eigenlijk iets heel onrespectvol en daarom reageer ik er niet op wanneer ik het hoor.

Tot slot heb ik gisteren ook voor het eerst mogen kennismaken met het geloof van de Malinees in fabels. Zo was er maandag een meisje in het internaat, Marie, die niet veel van zeg was aan tafel, terwijl het anders altijd een opgewekte meid is. Na de maaltijd heb ik even een gesprek met haar gevoerd. Ze vertelde me dat er tijdens het douchen een salamander in de douche zat. Ze had haar handdoek rond haar lichaam gewikkeld en was naar buiten gelopen om iets te zoeken om de salamander te vangen. Toen ze hem wou pakken, viel hij plots in haar emmer met water waarmee ze zich zou douchen. Wel, wat blijkt nu: In Mali gelooft men dat wanneer een salamander in de emmer van een jong meisje valt dat ze dan binnen de kortste keren zwanger zal geraken. Toen ze dat verteld had, barstte ze in tranen uit. Ik heb haar meteen gezegd dat het maar een fabel was en dat ze niet meteen zwanger zou geraken wanneer ze dat zelf niet wenste. Dat heeft haar toch wat gerustgesteld hoop ik. Ze was alleszins toch gestopt met wenen.

In het park op de bank, je weet wel nog, tijdens mijn siesta, heb ik een mooi stukje gelezen in een boek dat ik van in de bibliotheek op school had meegenomen. Ik laat jullie even meegenieten. Het komt uit het boek “Le Voyage” van Robert Blake en is geschreven in het Frans uiteraard.

-          Connais-tu cette fête que l’on appelle « l’Action de grâce ? »

-          Non !

-          Cette fête marque une pause au cours de laquelle on dit simplement: “Merci la vie!” L’humilité permet d’introduire « l’Action de grâce » dans notre quotidien et d’apprécier davantage les cadeaux que la vie nous offre. T’est-il déjà arrivé d’offrir un cadeau a une personne et de sentir que celle-ci ne l’appréciait pas vraiment ?

-          Hum ! Bah oui.

-          Et quelle fut ta réaction ?

-          Je n’ai plus eu envie de lui faire d’autres cadeaux.

-          Eh bien, c’est pareil pour la vie ! Plus tu en apprécies les cadeaux, plus elle a envie de t’en donner d’autres. Le jour où tu cesses d’apprécier ses cadeaux, elle aussi perd le goût de t’en faire !

Kort gezegd probeer ik hier, nog meer dan in België, te blijven genieten van de kleine dingen in het leven. Bijvoorbeeld genieten van leerlingen die vrolijk en vol overtuiging “Bonjour Sandra” komen zeggen terwijl ik in het secretariaat aan het werken ben. We moeten niet jaloers zijn op wat anderen meer hebben dan wijzelf, maar we moeten ons tevreden stellen met wat we al hebben; zowel tastbare bezittingen (computer) als ontastbare bezittingen (liefde).

Malinese groetjes!

maandag 7 november 2011

Tabaski au Mali

Bijna alles vormt een reden om feest te vieren bij de zusters. Ik ga diezelfde spirit proberen in te voeren, wanneer ik terug ben in België! Het leven is te kort om er geen feest van te maken. Zo was er vandaag het naamfeest van zuster Carine. Haar plaats aan tafel werd versierd met mooie bloemen uit de tuin. Op het menu: salade met olijven, mais, tomaatjes, paprika – frikadellen met tomatensaus en frietjes – een trio van zelfgemaakt ijs (aardbeien, yoghurt-citroen, banaan). Wederom konden onze smaakpapillen genieten van de prikkeling van Coca Cola, Sprite, Fanta, water of bier.  Het contrast met deze avond zal echter groot zijn, aangezien de zusters elke maandag vergadering hebben van de “Communauté”; de gemeenschap van Salesiaanse zusters hier. Dit maakt dat ik en Sara elke maandag bij de meisjes van de foyer eten. De maaltijden daar zijn alles behalve afwisselend: rijst met tomatensaus, rijst met (enkele stukjes) vis, rijst met (enkele stukjes) vlees, rijst met arachidesaus, en ga zo maar door. Ik vind het niet erg om eens te voelen wat het is om altijd hetzelfde te eten. Het helpt me bewust worden van het geluk dat ik heb om in België te leven, omringd met liefde en alles wat ik nodig heb. En zelfs dat laatste ‘alles wat ik nodig heb’ is voor ons zo vanzelfsprekend geworden, dat het goed doet om daar eens afstand van te nemen.
Zuster Margo plukt een papaya in onze Malinese tuin

Vandaag hadden we een dagje vrij. De Malinezen hebben nood aan een vrije dag na het grote feest van gisteren: TABASKI (offerfeest, schaapfeest). Deze vrije dag is een officiële vrije dag, uitgeroepen door de Malinese regering. Het duurde wel even vooraleer we de exacte datum van Tabaski wisten. Met ‘even’ bedoel ik vrijdag! Dat maakt Afrika nu Afrika, of is het Mali?, want volgens wat ik hier al gehoord heb van een paar Afrikanen is elk Afrikaans land anders en mogen we Afrika niet als één geheel beschouwen. Ook vrijdagmorgen, rond 10u, werd ik pas op de hoogte gesteld van het feit dat er in de namiddag geen les zou zijn. Dat was wel een leuke verassing! Maar wat nu gedaan? Geen probleem, want daar was Zuster Margo die ons vroeg of we na de siësta wouden helpen in de keuken met het bereiden van minicroissants. Ik zei volmondig “Ja”. Het maken van desserts vind ik nog altijd super! Het was een fijne en vooral ontspannende namiddag. De geuren in de keuken brachten me even bij mama in de keuken. En het proeven… Mjammie! Ook dit recept wordt mooi bewaard om eens in België te maken.
Wat hebben we vandaag geleerd? 1: goed mengen en kneden ...
... 2: het deeg goed openrollen
3: wees zuinig met de kersenconfituur
Le résultat final! En ze mogen er wezen

Vrijdagavond hebben we ook voor het eerste een les Bambara bij Sidonie gevolgd. Ik heb het gevoel dat het niet makkelijk zal zijn, maar “petit à petit” zal ik er toch in slagen om een conversatie te voeren in Bamanankan (Bambara in Bambara). Ook nieuwe talen leren, vind ik geweldig. Op die manier kan je communiceren met anderen, en zoals velen onder jullie wel zullen weten, is babbelen wel iets wat ik vrij graag doe…
Les Bambara: "Moi Madame, moi, moi, moi!"
Bambara oefenen op het "grote bord"
Naarstig aan het overschrijven (vlnr: Sidonie, Sara, Sandra)
vlnr: Sandra, Pascal, Sidonie

Zaterdag was er terug Oratorio, deze keer met slechts 30 kinderen. Veel kinderen moesten zich namelijk klaar maken voor het grote feest, vooral de meisjes dan om hun haren te laten vlechten. Dat is iets wat wel opvalt: Afrikaanse vrouwen maken zich graag mooi. Haar en kledij vormen ook hier een belangrijk onderdeel van de persoonlijkheid.

Lucy (links), één van de begeleidsters, springt touwtje  met de oratoriokindjes

Stille momenten: ze zijn schaars en daarom geniet ik er ook zo van. Zaterdag, na het oratorio, heb ik even de tijd genomen om me terug te trekken in de kapel. Morgen (dinsdag) ga ik naar de mis samen met de meisjes van de foyer. Elke dinsdag is het hier trouwens eucharistieviering, ook de mensen van de Christelijke gemeenschap zijn uitgenodigd. Sidonie is ook steeds van de partij! Zij geeft op zaterdag catechese aan de kinderen van de gemeenschap.
Sandra in de kapel met de functie "zelfontspanner"
De kapel

’s Avonds konden we onze Zuster Lydie terug verwelkomen; zij was sinds enkele dagen weg voor een opleiding in Abidjan (hoofdstad van Ivoorkust). Het was een blij weerzien. Ook zuster Adriana uit Touba was met haar meegekomen van Abidjan. En zo hebben we dus weer wat bezoek in huis.

Zondag dan, Jour-J! Tabaski.

Mali bestaat voor 90% uit Moslims, dus je kan je misschien wel al voorstellen welke gevolgen dit heeft wanneer er een Islamitisch feest wordt gevierd. Ondanks dat er in Mali een scheiding van Kerk en Staat is (Etat Laïque), wordt Tabaski toch uitgeroepen tot officiële feestdag. We waren voor het feest uitgenodigd bij een vriend van Laïco, een leerkracht van onze school.

De zusters hadden ons gewaarschuwd dat het bijna onmogelijk zou zijn om tot in Mgananbougou (het gehucht waar Laïco woont) te geraken. Tabaski zou namelijk voor veel file zorgen. Maar we zeiden tegen de zusters: “Nous allons tenter” (“We gaan het erop wagen”). We namen dus wederom de sotrama. En zoals jullie zich misschien nog uit vorige blogberichten herinneren, moeten we eerst te voet naar de controlepost van Yirimadio om daar een sotrama te nemen. De weg daar naartoe is altijd vol verassingen, deze keer zeker. Overal in huizen en langs de kant van de weg zagen we geslachte schapen. Hier en daar waren ze de organen er nog aan het uithalen. Ook hebben de kindjes nog steeds niet hun vrolijke “Toubabou, toubabou” afgeleerd. Soms echter beginnen er wel kindjes te wenen, de kleinste dan. Die hebben nog nooit een blanke gezien en dat schrikt blijkbaar af. Deze keer konden onze ogen ook genieten van de kleurrijke feestkledij die de Malinezen droegen.

Kleurrijke kindjes tijdens onze tocht naar de controlepost van Yirimadio

Na iets meer dan een uur onderweg te zijn (met één overstap op een andere sotrama van Magnanbougou Village naar Magnanbougou Marché), kwamen we aan op Magnanbougou Marché. Van de file waarover de zusters spraken hebben we niets gemerkt. Het ging zelfs vlotter dan anders! Gezien we pas om 15u hadden afgesproken en we er al om 12u30 waren (we hadden ons voorzien), besloten we om nog iets te kopen voor Laïco “in de winkel”, wat voor ons Westerlingen eigenlijk “markt” betekent. We kochten een watermeloen en een assortiment nootjes voor 700 CFA of 1,07 EUR. Nadien aten we onze sandwich op, wat achteraf bekeken eigenlijk niet nodig was, gezien het vele eten dat we zouden krijgen! Het was toen nog maar 13u, maar omdat we het zonde vonden om nog 2 uur te wachten, hebben we Laïco gebeld, die ons samen met een vriend met de moto is komen halen.

Marché Magnanbougou: Sandra en de watermeloen

We werden er warm verwelkomd! En aan eten geen enkel gebrek: (1) schapenvlees op saté, gefrituurde bananen, frietjes, mayonaise, mosterd; (2) één kom met schapenvlees, frietjes, en groenten; (3) yoghurt met fruit; (4) bananen en onze watermeloen. Dat is broederlijk delen! Laïco’s vrienden vertelden ons dat men als Malinees altijd te veel eten maakt, en zeker op dagen zoals deze, waarbij ze de hele dag door eten. Er is altijd eten voorzien voor onverwachts bezoek. Dat vind ik nu zo schitterend aan Mali: hun gastvrijheid. Ze zouden het zelfs bijna een belediging vinden indien je niets zou nemen. Een grappige anekdote: toen ze de kom met schapenvlees brachten (n° 2), gaven ze aan mij en Sara een vork, terwijl ze dat als Afrikanen met de hand eten. Ik lachte even en vertelde dat ik het wel met de hand zou eten; ik had dat immers al “geleerd”. Maar: vooraleer we dat deden, werd een kommetje met water doorgegeven om de handen te wassen! Iedereen doet dat, niet alleen de Westerlingen die de kans op het oplopen van buiktyfus willen verminderen. Samen de handen wassen, is volgens de Malinezen een teken van samenhorigheid. ’s Avonds ging “de jeugd” nog uit, net zoals bij ons. Wij echter, gingen terug naar huis. Het zal voor een volgende keer zijn, als we de toestemming van de zusters hebben. We werden met de moto afgezet, tot daar waar we de “Route de Segou” (de geasfalteerde weg) moeten afgaan om naar de zusters te gaan. Van daar is het nog een dikke 10 minuten wandelen. Ze wouden ons ook tot bij de zusters afzetten, maar ik vond het al super dat ze ons tot daar hadden gebracht en zei dat een beetje sport ons wel nog deugd zou doen. Nu hadden we er immers maar 30 minuten over gedaan om thuis te geraken, terwijl het anders toch zeker twee uur duurt (sotrama + wandelen van controlepost tot thuis).
Sandra en de Malinese mannen - Laïco's vrienden
De Niger vanop de moto
De ezeltjes die ons verwelkomden bij onze thuiskomst!

Het was weer een intense week met veel nieuwe indrukken. Om eerlijk te zijn, vind ik het altijd zo moeilijk om te omschrijven wat ik hier zie. Er is zoveel om te vertellen! Maar ik denk dat, om echt te weten wat Mali is, je het zelf ter plaatse met al je zintuigen moet opnemen. Ik hoop echter, dat ik jullie toch een kleine indruk kan geven en wil jullie uiteraard graag laten meeproeven van het Afrikaanse continent!

Het Malinese kind in Sandra

Hieronder nog enkele foto's en een citaat om mee te eindigen.



“Un fait n’est rien par lui-même, il ne vaut que par l’idée qui s’y rattache ou par la preuve qu’il fournit. » (Claude Bernard)

dinsdag 1 november 2011

Toussaint au Mali

1 november, Allerheiligen, een dag waarop je normaal naar het kerkhof zou moeten gaan om je overleden vrienden en familieleden te herdenken. Dat zal er dit jaar voor mij niet inzitten. Ik herdenk ze hier wel van op afstand. Ook wij hadden hier een dagje vrij en hebben hier uiteraard met volle teugen van genoten. Deze middag was er trouwens weer een feestelijk maal: zoute nootjes en cola met ijsblokjes als apertief, lasagna als hoofdgerecht, en als dessert de Poolse delicatesse van zuster Margo. Elk van ons kreeg ook een snoepje van de hoofdszuster, waar ‘I love you’ opstond. Deze avond ga ik naar de mis. Ik voel dat ik er nood aan heb; even tot rust komen om vooral mijn twee peters even in gedachten te houden.

Surprise van Zuster Rosanna met Allerheiligen


Met Allerheiligen hebben we ook meteen een nieuwe maand in Mali ingezet. Ook de kalender van Jokri Dendermonde mag dus een bladzijde verder worden gedraaid. De Malinese vlag wordt nog steeds iedere dag plechtig gehesen, onder begeleiding van het Malinese volkslied. Daarna is het steeds “le mot du jour” waarbij het thema van de maand wordt uitgewerkt. Onze school voorziet elke maand een thema waarbij ze de kinderen wil aanzetten tot nadenken. In oktober was dit solidariteit. Deze maand is het thema: wederzijds respect. Elke ochtend wordt door één van de zusters of de leerkrachten een anekdote verteld rond dat thema, waarmee de leerlingen de dag goed kunnen beginnen. Vorige maand werd rond het thema solidariteit een mooi lied gezongen door zuster Rosanna dat ik jullie niet wil onthouden (de melodie en het ritme mag je er zelf bij verzinnen):

Mets dans tes mains  un peu de joie
Mets dans ton cœur un peu d’amour
Mets dans tes yeux un peu de vie
Viens partager et chantez avec nous !

Malinese vlag wordt elke ochtend gehesen
Speelplaats met op de achtergrond klaslokalen
Donkerrode ondergrond = speelplaats, beige ondergrond (achteraan) = voetbalveld

De Malinese vlag blijft de hele dag gehesen!
Toch wel fiere mensen, die Malinezen...

We hebben sinds vorige week maandag het regenseizoen zo wat afgesloten. Het nieuwe seizoen kondigt zich aan: l’Harmatan. Dit seizoen gaat door tot februari. Het wordt gekenmerkt door frissere temperaturen en af en toe hevige wind die veel stof met zich meebrengt. “Harmatan” is de naam voor de hevige stoffige wind. Het stof hebben we al kunnen merken, de frissere temperaturen ’s nachts ook. Alleen overdag hebben de temperaturen hier precies nog niet veel zin om te zakken; ze blijven rond de 36°C hangen. Al is die warmte wel dragelijk en niet te vergelijken met 36°C bij ons in België. Met de frissere temperaturen wordt ook het toeristisch seizoen in Mali ingezet. Wie weet komen we hier wel nog meer Belgen tegen tijdens onze uitstapjes.  

Dit weekend was het ook voor het eerst Oratorio, speelpleinwerking, waarbij ongeveer 300 kinderen uit de buurt zijn komen spelen. Ik en Sara hadden wat spelletjes voorbereid vanuit onze eigen Belgische vormingsachtergrond: Chinese voetbal, Pang Pang, Vlaggenstok, Jagerbal, Tussen twee vuren … Dit is voor herhaling vatbaar.

Zondag, rustdag! Deze keer ben ik gewoon bij de zusters gebleven, Sara ging naar Campement de Kangaba. Ik en Sara hadden even nood aan een moment alleen, want je bent hier constant onder de mensen. In de voormiddag ben ik naar de eucharistieviering geweest. Er was weer een doop; van wel drie kindjes deze keer! Nadien was het middagmaal met een heerlijk Pools dessert, waarvan ik de naam echt niet kan onthouden. Ik heb het recept aan Zuster Margo gevraagd, zo kan ik het thuis ook eens maken. In de namiddag hield ik een lange siesta en heb ik wat naar mijn cd’tjes geluisterd. De cd’s van “Het Leugenpaleis” (voor de kenners onder ons), waar ik met papa nog zo om heb gelachen, hebben mijn dag goed gemaakt! Vooral de sketch van “Wij stonden te wachten op de tramelamelam…” Het bracht me even tot in België.

Af en toe krijgen we ook eens een bezoekje van Theo en Pascale. Dan brengen ze soms een dvd’tje mee. Eén van de dvd’s was “Tom Sawyer”, een tekenfilm over een avontuurlijk en toch wel eigenwijs jongetje. Hij had het meegebracht omdat ik eens over mijn Tom had verteld, die Afrikanen toch hé.. Nu ligt “Not without my daughter” op ons te wachten om bekeken te worden. Ook de zusters hier hebben dvd’s waar we af en toe naar kijken. Zo hebben ik en Sara al naar The Sound of Music, Save the last dance, en Kirikou et les bêtes sauvages gekeken. Deze films zorgen voor een perfecte ontspanning!
De avonturen van Tom Sawyer brengen met terug naar mijn zorgeloze kindertijd.

De Malinese post, dat is ook een geval apart! Ik wacht ondertussen al bijna een maand op een brief van Tom. Naar België sturen, lukt blijkbaar iets vlotter, gezien mijn brief daar na een week aangekomen was. Volgende week, op 7 november, krijgt België bezoek van Abbé Timothée. De priester die ik eerder al eens een bezoekje heb gebracht in Bamako (zie blogbericht “Er is voor alles een eerste keer”). Ons mama gaat hem opzoeken in Opwijk om hem een paar dingen mee te geven. Indien jullie van plan zouden zijn om een brief te schrijven en graag zouden hebben dat die brief niet langer dan een maand onder weg is; één tip: geef hem aan mama vòòr 6 november. Zij kan hem dan met Timothée meegeven. Ik ben eens benieuwd hoe lang het zal duren… Patience, patience, patience! Een woord met zoveel inhoud en waarheid, nog meer in Afrika dan in België.

Zo, jullie zijn weer wat mis-à-jour (up-to-date).



Lieve, Malinese, stoffige groetjes! x