Vandaag zijn we Bamako-city weer even onveilig gaan maken. Eerst weer een kleine 3 kwartier te voet tot aan de controlepost van Yirimadio om aldaar de Sotrama te nemen. Deze keer hielden we halt in “Amandine”, dat is net voor de brug om Bamako binnen te rijden. Aldaar namen we een kijkje in de Westerse winkel “Azar Libre Service”. Hier hebben ik en Sara even ons hartje opgehaald. Al het lekkers en vertrouwde dat onze ogen daar te zien kregen, was eigenlijk te goed en te veel. Daaraan merkte ik wel hoe verwend wij als Westerlingen zijn. Ik schaamde me ook wel een beetje. Soms word je hier met je beide voeten op de grond gezet.
| Ik in de sotrama op weg naar Bamako |
In deze winkel waren ik en Sara bij de rayon van de côte d’or chocolade aan het overleggen of we de chocolade wel zouden meenemen, aangezien het meteen zou smelten. We besloten om het maar niet te doen, en dat deed na een maand zonder chocolade toch wel een beetje pijn, maar ach er zijn ergere dingen. Plots werden we aangesproken op de volgende manier: “Zijn jullie ook Vlamingen?” Het was Sven, een Vlaming die samen met zijn vrouw en zijn kind sinds februari van vorig jaar in Bamako verblijft. Zij kreeg namelijk een post aangeboden bij de VN (Verenigde Naties). Hij werkt sinds september bij een Malinees bedrijf dat onder andere Diago water bottelt. We wisselden meteen gsm-nummers uit en tegelijk nodigden ze ons uit voor een “Vlaamse avond”. Deze zal waarschijnlijk binnen twee weekends plaats vinden. Ze hebben namelijk nog al kennis gemaakt met andere Vlamingen hier; blijkbaar trekken we elkaar aan. Het voelde wel goed om zo eens Vlamingen tegen het lijf te lopen, en zo onverwachts ook. Als er al iets zou bestaan zoals het lot, dan is dit wel het mooie ervan!
Na onze rugzakken goed, doch bescheiden, te hebben gevuld, namen we opnieuw de sotrama tot in Raidda vlak aan de kathedraal van Bamako. Onder een boom namen we even halt om te eten en te drinken. We werden er aangesproken door de zoveelste verkoper. Eerst kwam hij langs met mooie beschilderde doeken, nadien met juwelen. Sara heeft enkele juweeltjes gekocht. Ik kon nog net aan de verleiding weerstaan, al had ik wel zin om een tas te kopen. Deze was gemaakt van Malinees katoen, één van de voornaamste exportproducten van Mali. De aankoop werd gedaan met het gebruikelijke spelletje van afbieden, al gaf Sara toe dat ze er niet zo goed in was. Ik zei haar dat ze moest volharden in de boosheid. Ze heeft nu 6 juweeltjes voor 10 000 CFA gekocht, ongeveer 15 euro, wat in principe een koopje is. Volgens de regels van de kunst had het echter beter gekund: eerst vraag je de prijs aan de verkoper, deze was 15 000 CFA. Dan ga jij tot 2/3 onder de prijs, dat is 5 000 CFA. Nadien zou hij moeten opbieden tot de helft, in dit geval 7 500 CFA. Als de verkoper hier boven gaat, zou je het moeten afslaan. Volgende keer beter dus!
| Links: Malinese verkoper, rechts: Sara, Belgische koper |
| Speciaal voor Lutgarde en andere juwelenliefhebbers! |
Op onze terugweg, terug al stappend van de controlepost in Yirimadio naar onze verblijfplaats in Nyamana, hoorden we zoals gewoonlijk constant “toebaboe, toebaboe!” oftwel “de blanken, de blanken.” Het zijn vaak kindjes die van op afstand naar ons zwaaien.
Vrijdag hebben we de derde week van het schooljaar afgerond. We zijn eergisteren ook voor het eerst (zonder de zusters )’s avonds buiten het domein van de school geweest. Er stond namelijk een bezoekje aan Theo op het programma. Aldaar hielden we gezellige gesprekken op zijn dakterras vergezeld van een kampvuur en een heerlijk glaasje rode “Don Simon” wijn. We werden er ingelijfd in de Togolese cultuur aan de hand van twee muziekinstrumentjes. Theo is immers oorspronkelijk van Togo, een buurland van Mali. Verder maakten we ook plannen om elke vrijdagavond lessen Bambara te volgen bij Sidonie, de vrouw van Théo. Hiervoor moeten we eerst echter nog de toestemming vragen aan de zusters. Ook de aankoop van een djembé staat op het programma één van de komende weken. Daarnaast zullen we sommige zaterdagavonden ook samen met Théo en Pascale, een Togolese vriend die bij hem inwoont sinds 3 oktober, naar Bamako gaan om wat Malinese cultuur op te snuiven: theater, Afrikaanse dans, concerten … Dit ook steeds na toestemming van de zusters. Theo vertelde me ook dat al wie naar Mali wil komen altijd bij hem mag overnachten in hun “chambre d’amis”. Allen hier welkom, dus. We zijn trouwens nog steeds op zoek naar een vervanger voor Sara, die in maart vertrekt. Indien je iemand zou kennen die graag vrijwilligerswerk wil doen in Mali van februari 2012 tot en met juni 2012, stuur dan als de bliksem een mail naar vanbellesandra@yahoo.fr. Ik wacht geduldig op een maatje.
Het schoolleven begint stilaan zijn vorm te krijgen. ’s Morgens voer ik nog steeds administratieve taken uit: klassenlijsten op punt zetten, leerkrachten voorzien van het nodige didactische materiaal … Mijn werk op het secretariaat wordt vergezeld van katholieke gezangen, gezongen door Marie Louise, de secretaresse. Daarnaast hoor ik af en toe kinderstemmetjes uit het eerste jaartje weerklinken. Zij oefenen in het uitspreken van klinkers, medeklinkers en woordjes. Een kleine schriftelijke demonstratie: Leerkracht zegt: “A”, Leerlingen zeggen in koor: “A”, Leerkracht zegt: “O”, Leerlingen zeggen in koor: “O”, Leerkracht zegt: “un ananas”, Leerlingen zeggen in koor: “un ananas” … In het begin was dit wel grappig, omdat het in heel de school weerklinkt. Nu is het al de normaalste zaak van de wereld geworden.
Verder sta ik de eerste twee uren van de voormiddag ook in voor het “vervangen” van zieke leerkrachten. Vervangen wel degelijk tussen grote aanhalingstekens, want ik schrijf gewoon hun lesvoorbereiding over op bord. Voor de leerkrachten onder ons: geen onderwijsleergesprek, geen doceren, maar eerder een nieuwe werkvorm “overschrijfles”. Zelfs de leerlingen vroegen me of de les niet werd uitgelegd. Ik antwoordde dat biologie niet het vak was dat ik gestudeerd had, en dat het aan de leerkracht zou zijn om het uit te leggen als hij opnieuw zou genezen zijn. Geen ideale situatie dus. In Mali is het, in vergelijking met België, niet even gemakkelijk om een vervanger te zoeken. Al kan dit soms in België zelfs al voor problemen zorgen. De leerkracht is gelukkig weer gezond en wel terug op school.
Elke woensdagnamiddag heb ik surveillance bij de 9de jaars, de oudsten hier op school (ongeveer 15 jaar), die dan een soort van examen afleggen. De eerste week was het dictee. Toen deed ik het toezicht samen met Marie Louise, de secretaresse. Vorige week was het rédaction. De leerlingen dienden een brief te schrijven, waarbij ze uit 3 verschillende onderwerpen konden kiezen. Deze keer stond ik alleen in voor het toezicht. En wonderwel heb ik ze in toom kunnen houden!
Deze week heb ik bij mijn 7de jaars de eerste toets informatica afgelegd! Sommigen hadden helemaal niets geleerd, anderen daarentegen hadden goed hun best gedaan. Globaal gezien echter waren de resultaten teleurstellend. Ik zal hen daar ook op wijzen dinsdag en vrijdag wanneer ik respectievelijk het 7de jaar B en 7de jaar A heb. En ik zal mijn goed hart eens bovenhalen ook. De week erna mogen ze hetzelfde stukje nog eens opnieuw leren en zal ik hen nog een toetsje op 5 punten geven, zodat de meesten hopelijk hun buis ophalen. De meesten zeg ik wel, want bij sommige leerlingen zal dit niet meer mogelijk zijn, aangezien ze 1 op 15 hadden. Zo zie je maar, leerlingen zijn over de grenzen heen dezelfde: sommigen leren, anderen vegen er hun voeten aan.
Hier in Mali ontdek ik soms al eens dingen waar ik het niet mee eens ben. Zo zeggen de leerlingen in de klas constant “moi monsieur”, “moi madame”, “moi, moi, moi” … wanneer ze willen antwoorden op een vraag die de leerkracht gesteld heeft. Soms knippen ze ook met hun vingers. En zoals ze dat dan in het Frans zo mooi zeggen: “J’ai horreur de ça!” Dus, vanaf mijn eerste informaticales heb ik de leerlingen hier attent op gemaakt dat dit niet echt mooi is. De meeste leerlingen hebben het vrijwel direct begrepen, want ik duid de leerlingen die dit nog doen gewoon niet meer aan. Zo leren ze het af. Met dit laatste wil ik illustreren dat ik niet louter naar hier ben gekomen om hun kennis te vergroten, maar ook om hen iets van mijn waarden mee te geven. Ik hoop dat ik in beide zal slagen.
Vorig weekend hebben we, net zoals dit weekend, enkele culturele ontdekkingen gedaan. Zaterdag zijn we ook naar Bamako geweest. Daar heb ik enkele postkaarten, enveloppen en postzegels gekocht om af en toe eens een leuke brief naar mijn lief te sturen. Zo een echte brief heeft toch iets meer dan een mailtje of een smsje, hé?! Een toevallige voorbijganger, Abdramane, heeft ons zowat een kleine rondleiding gegeven in Bamako. Hij geeft ook gegidste boottochten op de Niger, wat we misschien wel nog eens zullen doen. Hij heeft ons ook meegenomen naar een soort van culturele markt met kunst van over heel Mali. We hebben zelfs even gesproken met Toearegs, een stam uit Timboektoe. De moeite waard! Nadien nam Abdramane ons mee naar Maison des jeunes. Aldaar kregen we een korte demonstratie van het maken van traditionele Malinese kledij: le Bogolan. De stoffen worden gedrenkt in gekleurd water en nadien met Argile beschilderd, dit is een soort slijk dat uit de Niger wordt gehaald.
| Informaticalokaal: elke computer wordt met een doek tegen het stof beschermd. |
Vorig weekend hebben we, net zoals dit weekend, enkele culturele ontdekkingen gedaan. Zaterdag zijn we ook naar Bamako geweest. Daar heb ik enkele postkaarten, enveloppen en postzegels gekocht om af en toe eens een leuke brief naar mijn lief te sturen. Zo een echte brief heeft toch iets meer dan een mailtje of een smsje, hé?! Een toevallige voorbijganger, Abdramane, heeft ons zowat een kleine rondleiding gegeven in Bamako. Hij geeft ook gegidste boottochten op de Niger, wat we misschien wel nog eens zullen doen. Hij heeft ons ook meegenomen naar een soort van culturele markt met kunst van over heel Mali. We hebben zelfs even gesproken met Toearegs, een stam uit Timboektoe. De moeite waard! Nadien nam Abdramane ons mee naar Maison des jeunes. Aldaar kregen we een korte demonstratie van het maken van traditionele Malinese kledij: le Bogolan. De stoffen worden gedrenkt in gekleurd water en nadien met Argile beschilderd, dit is een soort slijk dat uit de Niger wordt gehaald.
| Bamako: Het majestueuze gebouw van de Malinese Nationale bank - Nog maar eens een bewijs van de grote kloof tussen rijk en arm in Mali |
| Op de cultuurmarkt: Ik en Dra spelen een traditioneel Malinees spel "Wali" dat eeuwen geleden werd uitgevonden. |
| Op de cultuurmarkt: Vrouw verwerkt katoen, één van de belangrijkste Malinese exportproducten |
| Algemeen overzicht van de cultuurmarkt in Bamako |
| Speciaal voor mijn broer Bart en alle andere plantenliefhebbers: één van de vele typische plantenmarkten in Bamako en omstreken. |
| Maison des jeunes in Bamako: Vervaardiging van Bogolan, traditionele Malinese kledij. |
| Maison des jeunes: Djembe-demonstratie |
Zo, weer even een relaas van een paar dagen! Het is hier trouwens nog steeds lekker warm (33°C overdag, 23°C ’s nachts). Weet dat ik aan jullie denk! Vous êtes tous et toutes dans mes pensées!
Malinese zoen!